Het hart is een holle spier die door zich samen te trekken bloed door het lichaam pompt. Het samentrekken van de hartspier komt tot stand door elektrische geleiding. In de rechterboezem van het hart bevindt zich de sinusknoop; de natuurlijke pacemaker. Lees meer...
De Pacemaker
De pacemaker is een klein computertje met een batterij in een omhulsel van titanium. De pacemaker heeft een grootte van 4,5 cm bij 5 cm en is 0,7 cm dik. De pacemaker wordt aangesloten op één, twee of drie draden, ook wel leads genoemd, die naar het hart gaan. Het aantal leads is afhankelijk van de aard van de aandoening en/of het type hartritmestoornis. Een pacemaker heeft een gemiddelde levensduur van 6 tot 8 jaar.
De werking van de pacemaker
De pacemaker neemt het werk van de sinusknoop en/of de AV-knoop over, waardoor het hart weer in het normale tempo en ritme gaat pompen. Via de leads (geleidingsdraden) registreert de pacemaker voortdurend informatie over het hartritme. Zodra het ritme een afwijking vertoont, geeft de pacemaker via de leads kleine onwaarneembare elektrische signalen af, waardoor het hartritme zal normaliseren.
Er zijn 3 soorten pacemakersystemen:
Onderzoek
Om vast te stellen of u in aanmerking komt voor een pacemaker, kunnen een aantal onderzoeken plaatsvinden.
- Elektrocardiogram (ECG)
- Ergometrie (lees hier de patiëntenfolder)
- Echo/Doppler (lees hier de patiëntenfolder)
- Holteronderzoek (lees hier de patiëntenfolder)
- Eventrecorder
- Implanteerbare hartritmemonitor
|
In deze film wordt uitgelegd wat er gebeurt bij het maken van een ECG |
Bekijk ook de patiëntenfilm over ergometrie: de fietstest |
|
Bekijk ook de patiëntenfilm over het echo/doppler onderzoek |
In deze patiëntenfilm ziet u hoe u een holter aan moet brengen |