De bevruchting van de eicel vindt buiten het lichaam (in-vitro) in het laboratorium plaats. Na hormonale behandeling van de vrouw worden rijpe eicellen uit de eierstokken gehaald en buiten het lichaam met zaadcellen samen gebracht.
Daarvoor moet de eicel tijdelijk in een schaaltje worden bewaard. Vroeger werd de eicel in een reageerbuis bewaard en bevrucht, vandaar de naam reageerbuisbevruchting. Wanneer de bevruchting is gelukt, wordt de bevruchte eicel (embryo) meestal na 2 tot 3 dagen in de baarmoeder gebracht.
Wie komt er voor IVF in aanmerking?
IVF is ontwikkeld voor paren en wordt vooral bij paren toegepast waarvan de vrouw aan een aantal voorwaarden moet voldoen:
- de vrouw heeft geen goed functionerende eileiders meer
- is langer dan 3 jaar onbegrepen onvruchtbaar
- heeft afwijkend of te weinig baarmoederslijm, waardoor zaadcellen de baarmoedermond niet kunnen passeren
- heeft menstruele (hormonale) stoornissen, waarbij behandeling niet tot eisprongen en zwangerschap heeft geleid
- bij verminderde vruchtbaarheid van de man
Daarnaast komen ook echtparen voor IVF in aanmerking bij wie zwangerschap uitblijft na behandeling met intra-uteriene inseminiatie (IUI = het inbrengen van zaadcellen in de baarmoeder) en bij sommige vormen van verminderde vruchtbaarheid bij de man.
Soms is het eigen sperma niet goed genoeg voor de IVF methode. In die bijzondere gevallen kan er gebruik worden gemaakt van de ICSI - methode, waarbij de zaadcel geïnjecteerd wordt in de eicel.
Behandelingsproces
Bij in-vitrofertilisatie onderscheiden we 6 fasen:
- fase 1: intakegesprek, onderzoek en bloedafname ter uitsluiting van enkele infectieziekten (SOA's)
- fase 2: aanmelden om te starten met de IVF-behandeling
- fase 3: stimulatie van de eierstokken
- fase 4: aanprikken van de eicelblaasjes
- fase 5: bevruchting in het laboratorium
- fase 6: terugplaatsing van het embryo