Er zijn verschillende vormen van anesthesie om ervoor te zorgen dat u tijdens de ingreep geen pijn voelt:
Vormen van anesthesie
Voor kinderen hanteren we een andere procedure dan bij volwassenen. Lees meer over anesthesie bij kinderen.
Voorbereiding op de operatie
U krijgt thuis een brief met informatie over de opnamedatum en hoe laat en waar u zich moet melden. In deze brief staat ook vermeld vanaf hoe laat u niet meer mag eten en drinken. Om te voorkomen dat maaginhoud in de luchtwegen terechtkomt, mag u vanaf 6 uur voor de operatie niet meer eten. Wel mag u tot 2 uur voor de operatie nog heldere vloeistoffen drinken, zoals thee, water en limonade (geen melk of melkproducten). Lees meer...
Tijdens de operatie
De verpleegkundige brengt u in een bed naar de operatieafdeling. In een voorbereidingsruimte krijgt u een infuus en wordt u aangesloten aan de bewakingsapparatuur.
Als bij u regionale anesthesie wordt toegepast (bijvoorbeeld bij ruggenprik tijdens bevalling), krijgt u deze in de voorbereidingsruimte toegediend. Door een verdovingsmiddel rond de zenuw te spuiten kan deze tijdelijk worden uitgeschakeld, zodat u geen pijn voelt. De meest bekende vorm is de 'ruggenprik', die de onderste helft van het lichaam verdooft. Bij regionale anesthesie bestaat een kleine kans dat deze niet volledig werkt; u krijgt dan alsnog algehele anesthesie.
Nadat de verdoving is ingewerkt, brengt men u naar de operatiekamer. Het kan zijn dat u het niet prettig vindt om mee te maken wat er op de operatiekamer gebeurt. In dat geval kunt u tijdens de operatie via het infuus een licht slaapmiddel toegediend krijgen. Overigens kunt u niets zien van de ingreep, omdat het operatiegebied steriel wordt afgedekt.
Bij algehele anesthesie wordt u in een kunstmatige slaap gebracht met medicijnen, die de anesthesioloog via het infuus toedient. Wanneer u slaapt, krijgt u een buisje in de luchtpijp voor de beademing. Hierbij bestaat enig risico op beschadiging van het gebit, maar uiteraard wordt geprobeerd dit te voorkomen. De algehele anesthesie wordt bij grotere operaties vaak gecombineerd met epiduraal anesthesie. Dit is een 'ruggenprik' waarbij een katheter wordt ingebracht voor pijnbestrijding tijdens en na de operatie.
Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Daar wordt u bewaakt, totdat de narcose of de regionale anesthesie voldoende is uitgewerkt en u terug kunt naar de verpleegafdeling. Het is mogelijk dat u door de operatie en de anesthesie last heeft van bepaalde verschijnselen als misselijkheid en slaperigheid of hoofd- en keelpijn. Bij pijn krijgt u van de verpleegkundige een pijnstillend middel dat door de anesthesioloog is voorgeschreven. Aarzel niet hierom te vragen.