Terug

Mallet finger

Een mallet finger (ook wel baseball finger of hamervinger genoemd) kan ontstaan door een directe klap op de top van een uitgestrekte vinger.

Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het vangen van een bal of het ophalen van een sok. Hierdoor scheurt de strekpees van het vingerkootje van de top van de vinger af. Soms breekt er ook een stukje bot af van dit vingerkootje (avulsiefractuur). In beide gevallen gaat het topje van de vinger afhangen. Het lukt niet meer om de vinger actief te strekken en de vinger lijkt dan op een hamertje (het Engelse woord voor hamer is ‘mallet’).

Mallet finger 1

Er ontstaat letsel aan de strekpees op de aanhechting in het uiterste kootje.

Mallet finger 2

Het topje van de vinger gaat in buigstand staan. Er is sprake van een scheur van het einde van de strekpees (1) of van een scheur van de strekpees met een stuk bot van het laatste kootje (2).

Mallet finger 3

 In veel gevallen kan een mallet finger met spalk behandeld worden. Indien er toch een operatie nodig is, zal de pees hersteld worden (zie groene stippellijn voor litteken). 

Klachten

Bij een mallet finger kunt u last hebben van onderstaande klachten:

  • Een pijnlijke en afhangende vingertop die niet gestrekt kan worden.
  • Bij een avulsiefractuur kan er roodheid en zwelling ontstaan van het eindgerwicht (DIP).
  • Bij een langdurig bestaande mallet finger kan er een zogenaamde zwanenhalsstand (Swanneck) ontstaan. Het middelste vingergewricht (het PIP-gewricht) overstrekt dan.

Onderzoeken

U bespreekt uw klachtenpatroon met de arts en er wordt lichamelijk onderzoek uitgevoerd. In geval van verdenking op een mallet finger wordt een röntgenfoto gemaakt. Deze röntgenfoto wordt gemaakt om te controleren of er een stukje bot is afgebroken (avulsiefractuur). Het is zelden nodig verder onderzoek te doen.

Behandeling

Niet-operatieve behandeling

  • Spalktherapie
    De spalk zorgt ervoor dat het eindgewricht in een licht overstrekte stand staat zodat de peesuiteinden van de strekpees weer aan elkaar groeien door verlittekening. Deze spalk moet u gedurende zes tot acht weken dragen. U mag de vinger in deze periode beslist niet buigen in het eindgewricht. Het middengewricht moet juist wel geoefend worden. U krijgt hiervoor instructies van uw arts of handtherapeut. Na 6-8 weken wordt de spalk geleidelijk afgebouwd om te kunnen oefenen met het strekken en buigen van het eindgewricht (alleen onder begeleiding of op advies van uw behandelend arts, handtherapeut of ergotherapeut). Het duurt ongeveer drie maanden tot u uw vinger weer volledig kan belasten. Een spalk is de meest voorkomende behandeling van een mallet finger (zonder avulsiefractuur). Ook als de mallet finger al langer bestaat (tot 1 jaar na het ontstaan van de mallet) kan goede spalktherapie nog tot een goed resultaat leiden. Een minimale terugval van de strekfunctie is acceptabel. Ook na een goede spalktherapie gebeurt het soms dat het eindkootje weer (wat) gaat hangen).  

 

Operatieve behandeling

Er wordt gekozen voor een operatie wanneer:

  • Er een stukje bot is afgebroken (avulsiefractuur). Slechts in een enkel geval kan er toch voor spalktherapie gekozen worden.
  • Eerdere spalktherapie niet voldoende heeft geholpen (> 15 graden verminderde strekfunctie).


Voor de operatie
Voor de operatie dient u rekening te houden met onderstaande zaken:

  • Neem een begeleider mee naar het ziekenhuis om u na de operatie te helpen met  aankleden/vervoer naar huis.
  • Draag geen sieraden of nagellak.
  • Haal alvast pijnstilling in huis (paracetamol, indien nodig krijgt u een recept voor extra pijnstilling).
  • Geef eventuele allergieën voor de ingreep door aan de arts.
  • Stop in overleg met de arts enkele dagen voor de operatie met bloedverdunnende medicatie. U kunt dit één dag na de operatie weer hervatten.

De operatie
Tijdens de operatie ligt u op uw rug met uw arm opzij. De operatie gebeurt poliklinisch onder lokale verdoving of in dagbehandeling onder verdoving van de gehele arm. Slechts zelden wordt gekozen voor volledige anesthesie. Tijdens de operatie maakt de arts een snede aan de rugzijde van het eindgewricht van de vinger. Een klein stukje littekenweefsel bij de pees wordt weggesneden en de pees wordt gehecht. Er wordt een zogenaamde k-draad (pinnetje) in het eindgewricht geboord om het laatste kootje vast te zetten. Zo krijgen de peesuiteinden van de strekpees voldoende rust om aan elkaar te groeien. Wanneer er sprake is van een avulsiefractuur dan wordt het losse botfragment indien nodig vastgezet met een of twee k-draden. Het is dan niet altijd nodig om de huid open te maken.  

Nazorg

  • Na de operatie wordt uw hand verbonden.
  • Voor eventuele napijn kunt u paracetamol (max. 4 x daags 1.000 mg) gebruiken. Indien nodig krijgt u pijnstilling via de anesthesist.
  • Zelf autorijden met het drukverband mag niet, u bent dan niet verzekerd.
  • De hechtingen worden na ongeveer 10 dagen door een verpleegkundige verwijderd.
  • U krijgt een afspraak mee voor het handenteam voor het aanmeten van een spalk, zodat de geplaatste k-draad en het eindgewricht extra beschermd zijn. De spalk mag niet nat worden. Tijdens douchen adviseren wij u een plastic zak om de hand te doen.

Hersteltraject (operatieve behandeling)
Bij een avulsiefractuur is de nabehandeling afhankelijk van de botgenezing.
Na ongeveer 4-5 weken verwijdert de plastisch chirurg de K-draad poliklinisch. Hierna krijgt u een nieuwe spalk voor nog minimaal twee weken. De verdere nabehandeling is vergelijkbaar met het traject na de eerste 6 weken spalktherapie. De duur van de herstelfase na een operatie van een mallet finger is variabel en afhankelijk van uw wondgenezing en herstel.

Handenteam
Na een operatie aan een mallet finger is nabehandeling nodig. De nabehandeling bestaat uit spalk-  en oefentherapie. Deze nabehandeling vindt plaats bij het Hand- en Pols Expertisecentrum van het Maasstad Ziekenhuis en wordt uitgevoerd door medewerkers van het handenteam. Over het algemeen duurt de nabehandeling 3-4 maanden, waarbij u gemiddeld 1 x per week wordt behandeld.

Mogelijke complicaties
Bij alle operaties bestaat een geringe kans dat complicaties zich voordoen. Voor de volledigheid noemen we de (zeer) zeldzame complicaties. Als u vragen heeft over de mogelijke complicaties, raden wij u aan om contact op te nemen met uw behandelend arts.

  • Een wondinfectie, een nabloeding of een veranderd gevoel rondom het litteken. Neem bij roodheid, koorts of erge pijnklachten contact op met het ziekenhuis.
  • Na een trauma of operatie van de hand kunnen er onbegrepen klachten ontstaan die niet direct te maken hebben met trauma of de operatie. Deze klachten omvatten roodheid, zwelling, een glanzende huid, stijfheid en pijn. Ook kan er een intolerantie ontstaan voor kou. Deze klachten komen slechts zeer zelden voor en zijn vaak tijdelijk.
  • De operatie aan een mallet finger heeft tevens als zeldzame complicatie dat het topje weer (deels) gaat hangen. Het kan dan noodzakelijk zijn om dit weer enkele weken te ondersteunen met een spalk.
  • Soms komt het voor dat het litteken en het gebied rondom het litteken langere tijd (weken tot maanden) gevoelig zijn bij aanraken en druk zetten. Deze klachten zijn vrijwel altijd tijdelijk. Ook kan er in het littekengebied (tijdelijk of permanent) minder gevoel bestaan.

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.