Terug

Trigger finger

De trigger finger (haperende vinger of tendovaginitis stenosans) is een aandoening waarbij de buigpezen van één van de vingers of van de huls rondom de buigpezen zijn ontstoken (de peesschedetunnel).

In beide gevallen kan de pees niet vrij door de peesschede bewegen en loopt vast op het begin van de tunnel. Het buigen of strekken van de vinger kan dan moeizaam gaan en gaat soms gepaard met een knappend gevoel (‘triggering’). Bij ernstige gevallen blijft de vinger gebogen staan. Deze kan alleen maar recht gemaakt worden met hulp van de andere hand.

Een trigger finger komt vooral voor bij vrouwen tussen de 45 en 65 jaar. De ringvinger en de duim zijn het vaakst aangedaan. De oorzaak van een trigger finger is nog onduidelijk. Mogelijk speelt overbelasting een rol. Verder komt een trigger finger vaker voor bij mensen met reuma en suikerziekte.

Trigger finger 1

De buigpezen van de vingers (grijs) glijden niet goed door de peestunnel (rode cirkel). Bij een operatie wordt het dak van de tunnel gekliefd zodat de pees weer probleemloos door de peesschede kan bewegen (zie groene stippellijn voor een voorbeeld litteken).

Trigger finger 2

 

Trigger finger 3

Klachten

Bij een trigger finger kunt u last hebben van:

  • Pijn of irritatie bij het buigen van de vinger.
  • Een verdikking in de handpalm of aan de duimbasis.
  • Een knappend gevoel bij het strekken van de vinger.
  • Wakker worden met de vinger in buigstand, waarna deze gedurende de dag langzaam strekt.
  • Een vinger die in buigstand blijft staan en die alleen met hulp kan worden recht gemaakt.
  • Bovenstaande klachten kunnen mild zijn terwijl de pijn of stijfheid op de rugzijde van de vinger wordt ervaren.

Onderzoeken

U bespreekt uw klachtenpatroon met de arts en er wordt lichamelijk onderzoek uitgevoerd. Er zijn geen verdere onderzoeken nodig.

Behandeling

Niet-operatieve behandeling

  • Injectie met ontstekingsremmers (corticosteroïden)
    Het effect van de injectie is binnen enkele dagen tot weken merkbaar. Soms is het nodig om de injectie op een later moment te herhalen (maximaal 3x). De kans op een succesvolle behandeling is ongeveer 50-60%. In overleg met uw arts wordt deze behandeling gekozen.

Operatieve behandeling

Tijdens een operatie wordt het eerste bandje van de peesschede (de pulley) doorgesneden. Dit geeft ruimte in de peesschedetunnel. De buigpees kan er dan weer vloeiend doorheen glijden. De operatie duurt ongeveer 10-20 minuten.

Voor de operatie
Voor de operatie dient u rekening te houden met onderstaande zaken:

  • Draag makkelijke, ruimvallende kleding.
  • Neem een begeleider mee naar het ziekenhuis om u na de operatie te helpen met aankleden/ vervoer naar huis.
  • Draag geen sieraden of nagellak.
  • Haal alvast pijnstilling in huis (paracetamol, indien nodig krijgt u een recept voor extra pijnstilling).
  • Geef eventuele allergieën voor de ingreep door aan de arts.
  • Stop in overleg met de arts enkele dagen voor de operatie met bloedverdunnende medicatie. U kunt dit één dag na de operatie weer hervatten.

Operatie
Tijdens de operatie ligt u op de rug met uw arm opzij. De operatie gebeurt poliklinisch onder lokale verdoving of (minder vaak) in dagbehandeling onder verdoving van de gehele arm. Slechts zelden wordt gekozen voor volledige anesthesie.

Voor de start van de operatie krijgt u een band (tourniquet) om de bovenarm. Deze band wordt, nadat de verdoving is ingewerkt opgeblazen. Door de druk van de band worden de bloedvaten naar de hand dichtgedrukt. Gedurende de ingreep stroomt er dan een korte periode geen bloed naar de hand. Zo wordt een beter zicht voor de chirurg gecreëerd. De druk van deze band kan als onprettig worden ervaren.

Via een kleine snede (1,5 cm) wordt de peesschede in de lengterichting open gesneden. Hierdoor ontstaat weer ruimte voor de verdikte pees. De pees kan er weer soepel doorheen glijden. De huid wordt met hechtingen gesloten. Hierna kan de band rondom de bovenarm weer leeglopen, zodat de bloedaanvoer naar de hand weer hersteld. Dit kan kortdurend een prikkelend gevoel geven.

Nazorg

  • Na de operatie wordt uw hand verbonden. U dient het verband droog te houden. Tijdens douchen kunt u een plastic zak om de hand doen. Als het verband te strak zit mag u eventueel het buitenste verband opnieuw aanleggen.
  • De derde dag na de operatie mag u het verband verwijderen. Een kleine pleister volstaat dan. U mag dan gewoon douchen en de pleister verwisselen. Zwemmen is niet verstandig omdat zwemwater doorgaans niet schoon genoeg is.
  • U krijgt een draagdoek (mitella) aangemeten. U dient de mitella de eerste twee dagen te dragen of de hand hoog te houden. 's Nachts hoeft u de mitella niet om en u kunt uw hand dan het beste op een kussen laten rusten.
  • Het is van belang dat u de vingers regelmatig beweegt om stijfheidsklachten te voorkomen. Dit kunt u doen door 5x per dag 10 maal de vingers recht te maken en 10 maal de vingers ontspannen te buigen. Vermijd met kracht een vuist te maken. Dit herhaalt u nog eens waarbij u de andere hand gebruikt om de vingers te helpen met bewegen. Daarnaast kunt u 5x per dag 10 maal de vingers spreiden en sluiten om het vocht uit de hand weg te pompen. De duim kan geoefend worden door alle vingertoppen aan te tikken en de basis van de pink aan te raken.
  • Voor eventuele napijn kunt u paracetamol (max. 4 x daags 1.000 mg) gebruiken.
  • Zelf autorijden met het drukverband mag niet, u bent dan niet verzekerd.
  • De hechtingen worden na ongeveer 10 dagen door een verpleegkundige verwijderd.

De eerste zes weken kunt u beter geen voorwerpen stevig vastgrijpen of veel kracht uitoefenen om nieuwe overbelasting te voorkomen. De duur van de herstelfase na operatie aan een trigger finger is variabel en afhankelijk van uw wondgenezing en herstel. Soms komt het voor dat het litteken en het gebied rondom het litteken langere tijd (weken tot maanden) gevoelig zijn bij aanraken en druk zetten. Het litteken kan ook hard aanvoelen. Deze klachten zijn vrijwel altijd tijdelijk.

Handenteam
In enkele gevallen is er na de operatie nabehandeling nodig. De nabehandeling bestaat uit spalk- en/ of oefentherapie. Deze nabehandeling vindt plaats bij het Hand- en Pols Expertisecentrum van het Maasstad Ziekenhuis en wordt uitgevoerd door de medewerkers van het handenteam.

Mogelijke complicaties
Bij alle operaties bestaat een geringe kans dat complicaties zich voordoen. Voor de volledigheid noemen we de (zeer) zeldzame complicaties. Als u vragen heeft over de mogelijke complicaties, raden wij u aan om contact op te nemen met uw behandelend arts.

  • Een wondinfectie, een nabloeding of een veranderd gevoel rondom het litteken. Neem bij roodheid, koorts of erge pijnklachten contact op met het ziekenhuis.
  • Na een trauma of operatie van de hand kunnen er onbegrepen klachten ontstaan die niet direct te maken hebben met trauma of de operatie. Deze klachten omvatten roodheid, zwelling, een glanzende huid, stijfheid en pijn. Ook kan er een intolerantie ontstaan voor kou. Deze klachten komen slechts zeer zelden voor en zijn vaak tijdelijk.
  • De operatie aan een trigger finger heeft tevens als zeer zeldzame complicatie een verminderd of veranderd gevoel aan de vinger (door letsel aan zenuwtakjes).

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.