3. Na de operatie

Een beenamputatie

De periode na de operatie is gericht op herstel van de wond en het vormen van de stomp (prothese rijp maken van de stomp, er mag geen vocht meer in de stomp zitten). Direct na de operatie heeft u een drukverband en eventueel een drain om wondvocht aftevoeren. Het drukverband en de eventuele drain blijven 2 tot 3 dagen zitten.

Bij een amputatie van het onderbeen of een voorvoetamputatie krijgt u als het drukverband eraf is en de wond het toe laat gips. U krijgt gips:

  • ter bescherming van uw wond;
  • voor vorming van de stomp;
  • ter voorkoming van contracturen.

Het gips wordt door de gipsverbandmeester op de Gipskamer aangelegd. Bij een amputatie van het bovenbeen of door de knie wordt het drukverband eraf gehaald en de stomp conisch gezwachteld door een verpleegkundige. Hij of zij gaat u leren om zelf uw stomp te zwachtelen.

Zwachtelen

Zwachtelen doen we voor de vorming van de stomp. Er wordt gezwachteld door middel van de Elset methode. De Elset zwachtel moet 24 uur per dag om uw stomp zitten. Minimaal 2x per dag wordt de stomp opnieuw gezwachteld, als de zwachtel afzakt dan doet hij zijn werk niet meer en moet er opnieuw gezwachteld worden. Altijd de volledige lengte van het zwachtel gebruiken. 

Bekijk ook de film 'Zwachtelen volgens Elset methode'.

De zwachtels kunnen gewassen worden. Wij adviseren geen wasverzachter te gebruiken, het elastiek gaat kapot. Zit er geen rek meer in de zwachtel dan kunt u het weggooien en een nieuwe pakken.

Als u wilt douchen, mag de zwachtel natuurlijk wel af.

Wondgenezing na de amputatie

Het is belangrijk dat de wond goed geneest. Een amputatie gaat gepaard met een grote wond met veel hechtingen. Houdt u er rekening mee dat de wondgenezing wel even kan duren, zeker als er sprake is van vaatlijden, diabetes en/of een slechte conditie. De verzorging van de wond is erg belangrijk en wordt met u besproken door de verpleegkundige, behandelend chirurg of revalidatiearts.

Welke disciplines en/of behandelaars zijn er betrokken bij het revalideren en wat doen zij

De gipsverbandmeester

Wanneer u een onderbeen- of voorvoetamputatie heeft ondergaan wordt het drukverband na 2-3 dagen op de Gipskamer verwijderd. De gipsverbandmeester haalt het verband eraf en de vaatarts, de revalidatiearts en de revalidatieverpleegkundige komen de wond en stomp controleren. Hierna verzorgt de gipsverbandmeester de wond en krijgt u een stompgips van kalk. Dit gips heeft een aantal functies: bescherming van de wond, vorming van de stomp, voorkomen van contracturen in de knie (dwangstand) en voorkomen van oedeem(vocht)ophoping in de stomp. Het gipsen van de stomp kan in het begin gevoelig zijn.

Dit stompgips moet in het begin regelmatig worden vervangen, soms wel 2x in de week. U komt de eerst komende weken na de operatie regelmatig op de Gipskamer. Dit is nodig omdat de stomp snel in omvang afneemt en het gips te groot wordt. Verder willen we de wond goed in de gaten houden op mogelijke complicaties.

Het kan zo zijn dat het stompgips er eerder afvalt dan dat u een afspraak heeft. Dit is niet erg, het is een goed teken. Wanneer dit gebeurt, belt u of de verpleegkundige of de Gipskamer voor een afspraak en zorgt u dat de stomp door de verpleegkundige gezwachteld wordt. Na de derde week na de operatie worden de helft van de hechtingen verwijderd door de gipsverbandmeester en na de vierder week de rest. Alle keren dat u de Gipskamer bezoekt, komt er wel iemand meekijken (revalidatiearts, revalidatieverpleegkundige, vaatarts en in een later stadium de instrumentenmaker).

Hier volgen nog een aantal aandachtspunten die betrekking hebben op het stompgips:

  • Geen kussen onder de stomp leggen wanneer u in bed ligt of in de stoel zit. Hiervan kunt u een dwangstand in de heup ontwikkelen.
  • De stomp moet horizontaal liggen. Dus wanneer u in de rolstoel zit ligt uw been op een beensteun of plank die doorloopt tot onder het zitvlak.
  • De stomp nooit naar beneden laten hangen.
  • Het gips moet droog blijven.
  • Het kan voorkomen dat het stompgips vrij snel of vaak van het been afvalt. Dit is niet erg! Het is een goed teken (vocht is aan het afnemen). Wanneer dit gebeurt, direct een stompzwachtel (laten) aanbrengen en de Gipskamer (laten) bellen.
  • Nooit iets tussen het gips stoppen, dit verhoogt de druk! Hebt u ergens last van dan belt u de Gipskamer.
  • Het gips is te ruim wanneer u een hele hand in het gips kunt stoppen, en wanneer u de knie een beetje kunt buigen/strekken in het gips.
  • Het gips is ook te ruim wanneer u het gevoel heeft dat het gips gaat schuiven of dat het gaat ‘hangen’ op de knie.
  • U dient de Gipskamer te bellen bij de volgende klachten:
  • Vocht ophoping dat in het bovenbeen toeneemt.
  • Wanneer u het gevoel heeft dat het gips veel te strak zit.
  • Wondvocht wat te snel door het gips (lijkt) door te lekken.
  • Gips dat zijn stevigheid heeft verloren, verweekt is of vormverlies laat zien.
  • Stinken van het gips (heel erg).
  • Koorts.
  • Te ruim gips (zie hierboven).
  • Afgevallen gips (zie hierboven).
  • Wondjes, blaren, irritatie.
  • Nat gips.
  • Gebroken gips.
  • Wanneer de pijnklachten erger worden in plaats van afnemen.
  • Bij vragen en/of twijfels.

Als u stomp gevormd is en de hechtingen eruit zijn gaan we over naar het zwachtelen van uw stomp via de Elset methode. Zijn alle hechtingen eruit en zijn uw wonden genezen en de stompmaten stabiel (deze worden wekelijks gemeten door de Orthopedisch instrumentmaker) dan gaan we over naar een liner.

De revalidatiearts

De revalidatiearts coördineert het behandelproces, houdt zich bezig met de medische aspecten van een amputatie en controleert de stomp en de prothese samen met de orthopedische instrumentmaker, de fysiotherapeut en de revalidatieverpleegkundige op een speciaal spreekuur. Eventuele pijnproblematiek wordt desgewenst door ons opgepakt.

De fysiotherapeut

De fysiotherapie na een amputatie is gericht op een aantal doelen:

Voorbereiden op het lopen met een prothese

  • In deze fase is er nog geen prothese. Wanneer u nog geen prothese heeft, richt de training zich op het verbeteren van de kracht in de benen, verbeteren van de conditie en het voorkomen van contracturen*. Hieronder een aantal belangrijke adviezen om contracturen de voorkomen:
  • Wissel regelmatig van houding.
  • Zorg bij een onderbeenamputatie ervoor dat u niet langdurig met uw knie gebogen zit.
  • Leg in bed geen rolletje/knik (van het bed) in uw knieholte.
  • Gebruik in de rolstoel altijd een stompplank zodat de knie in een gestrekte stand ligt.

De fysiotherapeut richt zich voornamelijk op krachttraining, conditietraining en evenwichtstraining, zodat u goed bent voorbereid wanneer u de prothese gaat krijgen.

Lopen met een prothese

  • In deze fase is de prothese klaar en is de training gericht op het functioneren in het dagelijks leven. Denk hierbij aan lopen binnenshuis, buitenshuis en traplopen.
  • Valtraining. In deze fase leren wij u ‘veilig’ te vallen en zelfstandig weer op te staan.

Naast bovenstaande doelen is er altijd ruimte om binnen de behandeling aan uw eigen doelen te werken en die te trainen.

Welke trainingen kan ik zelf thuis doen?

Er zijn veel oefeningen die u thuis ook kunt doen. Dit zijn oefeningen ter verbetering van de kracht in uw benen, maar ook oefeningen om te voorkomen dat u contracturen in het amputatiebeen krijgt. Dit alles is om het lopen straks met de prothese zo makkelijk mogelijk te maken.

Huiswerkoefeningen

  • Mobiliteit/lenigheid - Bij het leren lopen met een prothese is de mobiliteit (lenigheid) belangrijk. Om een zo normaal mogelijk looppatroon te behalen aan het eind van het revalidatietraject is het belangrijk om het been ver genoeg naar achter te kunnen zwaaien en om de knie volledig te strekken. Contracturen zijn makkelijker te voorkomen dan te verhelpen! Daarom wordt u aangeraden om deze (huiswerk)oefeningen met regelmaat uit te voeren.
  • Krachtoefeningen - In de beginfase zijn de krachtoefeningen bedoeld om spierafbraak tegen te gaan. Naarmate de behandelingen vorderen wordt het accent van de oefeningen verlegd naar spieropbouw.

U krijgt de oefeningen op papier mee of bekijk of print ze hier.

Verplaatsing zonder prothese

Wanneer u nog geen prothese heeft of de prothese niet kan dragen, moet u zich in een rolstoel of met een rekje/krukken verplaatsen in- en buitenshuis. Vaak is er in huis weinig ruimte om u zich met een rolstoel te verplaatsen, daarom
leren wij u aan om met een rekje of krukken te lopen en om veilig de transfers te maken naar bijvoorbeeld toilet of stoel. Een rekje en krukken kunt u zelf halen bij een zorgwinkel bij u in de buurt.

De ergotherapeut

De ergotherapeut leert u praktisch omgaan met de veranderingen in uw dagelijks leven die een amputatie met zich meebrengt. Te denken valt aan het uitvoeren van uw werk, het huishouden of uw hobby’s. Heeft u hulpmiddelen nodig zoals een rolstoel of moet er een aanpassing in uw woning of auto gerealiseerd worden? De ergotherapeut kan u hierin adviseren en de aanvraagprocedures begeleiden.

Medisch maatschappelijk werk (MMW)

Het doel van MMW is om mensen die een amputatie hebben ondergaan zo volwaardig mogelijk te laten functioneren. Hun uitgangspunt is dat een amputatie zowel psychisch, sociaal en/of praktische gevolgen kunnen hebben.

Gespreksonderwerpen kunnen zeer uiteenlopend zijn. Te denken valt aan: omgaan met het verlies van een gezond lichaam, emotionele ondersteuning, verwerkingsproblematiek, leren omgaan met reacties van buiten af, balans vinden tussen belasting en belastbaarheid, maar ook is er ruimte om eventuele gevolgen over werk, woning en financiën te bespreken.

Samen zoeken ze met u naar een nieuw evenwicht in wisselwerking tot uw omgeving. Hierbij gaan ze uit van uw eigen kracht en kunnen, zodat u weer de regie over uw eigen leven krijgt en kan behouden. Eventuele problemen of vragen ten aanzien van seksualiteit kunt u hier aangeven maar ook bij andere teamleden als revalidatiearts of verpleegkundige.

De revalidatieverpleegkundige

De revalidatieverpleegkundige:

  • leert u hoe u uw stomp moet zwachtelen;
  • hoe u als u uw prothese heeft, deze aan en uit moet trekken;
  • geeft u instructies hoe om te gaan met het al dan niet extra aantrekken van stompkousjes;
  • leert u hoe u uw prothese, liner, stompkousjes schoon kunt houden;
  • verzorgt uw eventuele wondjes en geeft u informatie hoe u die zelf kan verzorgen;
  • kan er voor zorgen dat u de nodige verbandmaterialen in uw bezit krijgt.

De bewegingsagoog

De bewegingsagoog helpt u bij het sporten met of zonder prothese. U kunt tijdens uw revalidatietraject bijvoorbeeld fitnessen of deelnemen aan een zwemgroep voor amputatiepatiënten, maar ook met een andere sportvraag kunt u terecht bij de afdeling Bewegingsagogie. Dit betreft een gekaderd traject gedurende een aantal weken.
Tevens kan de bewegingsagoog samen met u op zoek gaan naar een passende sportactiviteit bij u in de buurt om mee door te gaan na uw revalidatieperiode, veelal gebeurt dit door middel van een beweegadvies.

De orthopedische instrumentmaker

De orthopedische instrumentmaker bekijkt samen met de revalidatiearts en fysiotherapeut, welke prothese voor u het meest geschikt is. Hierbij wordt onder andere gekeken naar uw algehele conditie en de activiteiten die u weer wilt gaan doen. De orthopedische instrumentmaker maakt uw prothese. De prothese wordt volledig vergoed door de zorgverzekeraar.

Wat kan ik zelf doen om de genezing te bevorderen

  • Let goed op uw voeding, uw lichaam heeft behoefte aan extra eiwitten. Eiwitten zijn de bouwstenen van uw lichaam. Ze zitten in melkproducten, vlees, kaas, vis, soja en noten. Eet ook voldoende fruit en groente.
  • Geef aan als u pijn heeft. Pijn kan een negatief effect hebben op het herstel. In overleg met de arts wordt er pijnmedicatie voorgeschreven.
  • Werk aan uw conditie, de fysiotherapeut helpt u hierbij.
  • Om de wond goed te laten genezen is hygiëne belangrijk. Dagelijks moeten de eventuele wonden worden bekeken en verzorgd. Als de wond er anders uit ziet als de dag ervoor zoals roder, warm of de wond is achteruit gegaan, wilt u dit dan zo snel mogelijk melden. Dit kan duiden op een beginnende ontsteking.

Mentale aspecten bij een amputatie

Een amputatie is niet alleen voor uw lichaam een ingrijpende gebeurtenis. Ook mentaal en emotioneel gebeurt er veel met u. Er wordt veel van u en uw omgeving gevraagd.

Zo kunt u te maken krijgen met gedachten, emoties en reacties die voor de amputatie niet bekend of gewoon voor u waren. Ziek worden en het verliezen van een lichaamsdeel houdt in dat u afscheid moet gaan nemen van een compleet lichaam, een deel van uw gezondheid en uw fysieke mogelijkheden.

Het aanvaarden van de nieuwe situatie, het leven met beperkingen en het opnieuw vormgeven van uw leven, is dikwijls een langdurig proces. In het proces is het willen, kunnen en durven rouwen om het verlies heel belangrijk. Het helpt u bij het maken van een nieuwe start in uw leven.

Hoe ga ik om met het verlies van mijn been?

De oorzaak van uw amputatie, uw gezondheid en karakter, eerdere ervaringen, de mate waarin u zich wel of niet gesteund voelt door de mensen om u heen, het zijn allemaal dingen die van invloed zijn op uw rouw- en verliesverwerkingsproces.
Iedereen rouwt en verwerkt verlies op zijn eigen manier. Indien u psychologische hulp wenst kan de revalidatiearts zorgen dat u deze hulp krijgt.

Welke reacties en emoties kunt u verwachten?

Hieronder volgen een aantal veel voorkomende emoties die kunnen spelen tijdens een verwerkingsproces. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat u al deze emoties ervaart en ook de volgorde kan wisselen.

  • Ontkenning
    Een reactie die bijna iedereen heeft is ontkenning. Het ontkennen van een nieuwe realiteit is niet vreemd of raar. Zeker in het begin, net na uw amputatie, kan ontkenning een grote rol spelen.
  • Moeheid
    In de periode dat het tot u door begint te dringen dat uw amputatie definitief is, kan het zijn dat u zich extra moe voelt. U hebt dan veel behoefte aan slaap en u kunt het besef van tijd kwijt zijn. Uw dagelijkse activiteiten kunnen u opeens veel moeite kosten. Slapen kan helpen om de emotionele pijn en het verdriet dat u ervaart te verzachten.
  • Boosheid en opstandigheid
    Boosheid en opstandigheid kunnen zich op allerlei manieren uiten. Bijvoorbeeld boos zijn op uw lichaam of het gevoel hebben dat uw lichaam u in de steek gelaten heeft. Boosheid kan voorkomen uit het feit dat u zich machteloos voelt in uw nieuwe situatie. Wat helpt is om niet alleen stil te staan bij wat u niet meer kunt, maar ook te kijken naar wat u nog wel kunt.
    Boosheid wordt ook minder als u zelf in de gaten houdt dat u nog steeds zelf dingen kunt bepalen. Dit hoeven geen grote dingen te zijn, het kan ook om kleine dingen gaan.
  • Verdriet
    Verdriet is de meest herkenbare en geaccepteerde emotie bij het verwerken van een verlies. Het is heel normaal dat u zich verdrietig voelt en/of moet huilen om het verlies van uw been. U kunt verdrietig zijn over de gevolgen die de amputatie op uw leven en het leven van uw dierbaren zal hebben. Of u ontdekt dat het verlies van uw been u terug doet denken aan verlies dat u eerder overkwam, bijvoorbeeld het overlijden van een dierbaar persoon. Door het toelaten en uiten van verdriet kan emotionele pijn verwerkt worden en verminderen.
  • Schaamte
    Je schamen voor je lichaam is ook een reactie die dikwijls voorkomt bij mensen met een amputatie. Bij schaamte kunnen de volgende gevoelens horen:
    • U voelt zich niet meer de vitale vrouw of man die het in het leven goed voor elkaar heeft.
    • U vindt uzelf door de amputatie minder mooi en aantrekkelijk. U vindt het lastig om in de spiegel te kijken.
    • U merkt dat u er moeite mee heeft om in het bijzijn van uw partner naakt te zijn, of intimiteit en seksualiteit met uw partner te delen.
  • Jaloezie
    Het gevoel van gemis van een goed functioneel lichaam kan duidelijk worden als u andere dingen ziet doen die u voor uw amputatie ook graag deed. U voelt op zo’n moment wellicht jaloezie. De jaloersheid betekent niet dat u het de ander niet gunt, maar heeft te maken met uw verlangen het zelf ook weer te kunnen. Sta uzelf toe om af en toe jaloers te zijn.
  • Angst en onzekerheid
    Angst is een begrijpelijke reactie. U weet dat uw leven door de amputatie ingrijpend verandert, maar u kunt zich er nog geen voorstelling van maken. Kan ik over een tijdje met een prothese goed functioneren? Kan ik wel in mijn huis blijven wonen? Dit soort vragen kunnen u gevoelens van angst en onzekerheid over de toekomst geven.
  • Aanvaarding en acceptatie
    Afscheid nemen van uw oude lichaamsbeeld, uw fysieke mogelijkheden. En het leven dat u had, is wellicht niet gemakkelijk voor u. Toch ontdekt u dat u na verloop van tijd gaat wennen aan de nieuwe situatie. U denkt minder vaak terug aan uw leven voor de amputatie en u merkt zelf dat als u hier aan terug denkt, het minder emotioneel wordt. Het leven met een amputatie, uw huidige mogelijkheden en uw beperkingen, worden dan steeds meer een nieuwe realiteit. Als het goed is
    merkt u dat u weer ruimte krijgt om op zoek te gaan naar activiteiten die bij u passen, waar u weer kan van gaan genieten, plezier aan kan beleven en waar uw beperkingen geen belemmering zijn. Acceptatie wil niet zeggen dat u zich nooit meer verdrietig of boos mag voelen over datgene wat u is overkomen.

Ons advies

  • Wordt actief en neem weer deel aan het maatschappelijk leven zoals familie, hobby’s en werk.
  • Leer zo spoedig mogelijk goed lopen met een prothese.
  • Onderdruk uw gedachten en emoties niet. Uw gedachten en gevoelens mogen er zijn.
  • Bespreek emoties met elkaar en uw behandelaars. Uw behandelaar kan met u meedenken, of er voor zorgen dat u de juiste ondersteuning krijgt.

Begrippenlijst

  • Contracturen: verkorting van spieren, pezen en of gewrichtskapsel. Dit kan komen door bijvoorbeeld langdurig in het gips te zitten.
  • Valtraining: wij oefenen met u hoe u ‘veilig’ kunt vallen en daarna weer kan opstaan.
  • Complicaties: een probleem opgetreden tijdens het genezingsproces.
  • Conisch zwachtelen: zwachtelen volgens de Elset methode om de stomp een conische vorm te geven.
  • Contractuur: dwangstand van een gewricht bijvoorbeeld heup of de knie.
  • Diabetes: suikerziekte.
  • Drain: kunststof slangetje waardoor vocht het lichaam kan verlaten, bijvoorbeeld na een operatie wondvocht.
  • Infectie: het binnendringen in het lichaam van een bacterie of virus gevolgd door een ontsteking.
  • Liner: dat is een stevig kousvormige hoes van bijvoorbeeld siliconen of gel-materiaal met aan de buitenkant een stoffen bekleding die u om uw stomp doet en waaraan of waarover de prothese bevestigd wordt.
  • Mobiliteit: vermogen om te bewegen.
  • Orthopedisch instrumentmaker: dit is de persoon die uw prothese gaat maken.
  • Theraband: elastisch kunststof band waar u oefeningen mee kunt doen.

 

  1. Een amputatie
  2. De operatie
  3. Na de operatie
  4. De prothese
  5. Naar huis, en dan?