Terug

Patiënten aan het woord

Graag laten wij patiënten zelf vertellen hoe zij de behandeling, de specialisten en het ziekenhuis ervaren.

Ben Vos vertelt

Meneer Vos lag drie weken in het Brandwondencentrum van het Maasstad Ziekenhuis. Tijdens het sleutelen aan zijn motorfiets ging het mis.

Meneer Vos lag drie weken in het Brandwondencentrum van het Maasstad Ziekenhuis. Tijdens het sleutelen aan zijn motorfiets ging het mis.

Olie en benzine vermengden zich en door een vonkje van het koffiezetapparaat ontstond er brand. ‘Ik dacht dat ik het vuur had gedoofd met een handdoek. Maar op het moment dat ik de emmer oppakte, vloog de boel weer in de fik. Daarbij verbrandde ik mijn onderarmen.’

null

Van het ziekenhuis naar het Brandwondencentrum in Rotterdam

Diezelfde avond werd meneer Vos overgeplaatst van het ziekenhuis naar het Brandwondencentrum in het Maasstad Ziekenhuis. ´Ik dacht dat ik maar een nacht hoefde te blijven, maar de wonden op mijn armen bleken toch te heftig.’  Hij vertelt dat de ontvangst op het Brandwondencentrum professioneel was. ‘Ik wilde de eerste nacht slapen, maar ik zag de beelden van de brand continu voor me. Zonder dat ik dat had gezegd, zei de medewerker van de nachtdienst “U denkt toch niet dat u nu in slaap valt na wat er is gebeurd vandaag?”. De rest van de nacht hebben we koffie gedronken, gepraat en televisie gekeken. Dit voorbeeld typeert de medewerkers op het Brandwondencentrum. Ze waren zo goed ingespeeld op mijn situatie.

"Zelfs de schoonmaker en medewerker maaltijdenservice
vroegen iedere dag hoe het met me ging."

'Ook op de dagen dat het allemaal niet zo lekker gaat, bleken zij hiervan op de hoogte en toonden zij nog meer interesse in mijn welzijn.’  Tijdens zijn verblijf kreeg meneer Vos wondverzorging en een huidtransplantatie. ‘Het douchen voordat de wondverzorging plaatsvond, vind ik één van de fijnste momenten als ik terugdenk aan mijn verblijf. Gek hè? Misschien door de morfine en de warmte van de douche. De wondverzorging zelf is namelijk echt geen pretje. Maar daar moet je doorheen. Enkele dagen na de huidtransplantatie mocht ik naar huis. Je hebt dan geen pijn meer, omdat de zenuwen weer bedekt zijn met huid.’

Contact binnen en buiten het Brandwondencentrum

In het Brandwondencentrum wordt aandacht besteed aan lotgenotencontact. ‘Bijvoorbeeld in het dagverblijf waar we overdag kwamen voor een kop koffie of een praatje. Je zit toch allemaal in hetzelfde schuitje. Ook praatte ik met patiënten op de kamer. Zo kon ik een man uit Letland uit zijn sociale isolement halen. Hij kreeg geen bezoek, omdat hij uit het buitenland kwam. Met wat informatie over Letland, kon ik een gesprek met hem aanknopen. En gelukkig kon ik ook goed contact houden met mijn gezin tijdens mijn verblijf. Zo ontbeet ik iedere ochtend met mijn gezin via Skype.’

Persoonlijke aandacht

De medewerkers van het Brandwondencentrum vindt meneer Vos “meesters in het loslaten van informatie”. ‘Ze gaven altijd de juiste informatie op het juiste moment. Ik hield een lijstje met vragen bij, maar hoefde ze nooit te stellen, ze waren me altijd voor. Zo vertelden ze me iedere ochtend de planning van de dag. Óók als het druk was op de afdeling. Het team is zo op elkaar in gespeeld, beter kan gewoon niet.’

"Ik heb zoveel persoonlijke aandacht gekregen en voor mijn gevoel ben ik echt in de watten gelegd."

‘Mijn hobby’s, motorrijden en drummen, heb ik weer opgepakt. Drummen scheen zelfs goede therapie te zijn voor mijn herstel! De ene keer gaat het beter dan de andere keer. Door het ongeluk sta ik anders in het leven, want ik ben dicht bij de gevarenzone geweest.’

Chris Boon vertelt

De wijkagent reageerde verbaasd op het nieuws dat Chris Boon (64 jaar) terugkeerde naar zijn oude woning: ‘Je gaat me toch niet vertellen dat die man het overleefd...

De wijkagent reageerde verbaasd op het nieuws dat Chris Boon (64 jaar) terugkeerde naar zijn oude woning: ‘Je gaat me toch niet vertellen dat die man het overleefd heeft?’. Zes weken daarvoor had hij Chris Boon in kritieke toestand naar het Brandwondencentrum van het Maasstad Ziekenhuis gebracht.

null

Chris wordt in het brandwondencentrum vier dagen in comateuze toestand gehouden. Zijn gezicht, hoofd, oren, nek, knieën en handen zijn ernstig verbrand. De oorzaak: een ongeval met bio-ethanol. Een brandbare vloeistof net als spiritus, wasbenzine en brandgel. Het gevaar bij al deze vloeistoffen zit ‘m in de gaswolk. Die komt vrij als de fles wordt geopend. Die gaswolk is onzichtbaar en daarom zo verraderlijk: één vonkje in die gaswolk kan een levensgevaarlijke steekvlam creëren.

‘Ik ben blij dat ik er levend vanaf ben gekomen’

Dat overkwam Chris toen hij de sfeerhaard aanstak. De haard stond al zeven jaar in de woonkamer, maar zijn vrouw wilde hem nooit aan hebben. ‘Levensgevaarlijk vond ze dat’, vertelt Chris. Een jaar na haar overlijden wil hij het toch eens proberen. ‘Ik maakte de haard grondig schoon en sprenkelde bio-ethanol erin.’ Vanaf het moment dat Chris de aansteker pakt gaat alles vliegensvlug. De bio-ethanol die is gemorst op de vloerbedekking ontvlamt. Het vuur verspreidt zich razendsnel door de woonkamer en in enkele seconden staat de woonkamer én Chris in brand. ‘Ik was in shock en rolde over de vloer om de vlammen te doven. De onderbuurvrouw hoorde dit en belde 112.’ De gevolgen zijn immens. De woning is compleet verwoest en Chris is ernstig verbrand.

Zes weken verblijft hij in het brandwondencentrum. Een intense periode. ‘Het verzorgen van de brandwonden en het dagelijks verwisselen van het verband was erg pijnlijk.’ Ook volgen er meerdere operaties aan zijn handen, oren en hoofd. Hiervoor wordt huid van Chris zijn bovenbenen gebruikt. Chris is positief over zijn verblijf: ‘De behandeling in het brandwondencentrum is grandioos geweest. Het personeel was zo hartelijk en meelevend.’

'Bio-ethanol kan zoveel schade aanrichten; ik raak het nooit meer aan.'

Nog dagelijks ondervindt hij de lichamelijke ongemakken van zijn brandwonden. ‘Sinds een halfjaar ben ik weer aan het werk. Omdat ik geen gevoel heb in mijn linkerhand, kan ik niet alles. Daar houden ze gelukkig goed rekening mee. Met steunhandschoenen aan kan ik op het werk en thuis toch veel doen. Aardappels schillen is lastig en afwassen doe ik met extra werkhandschoenen aan, omdat warm water pijnlijk is. Chris zucht: ‘Dat die zooi, die bio-ethanol, zoveel schade kan aanrichten. Daar verbaas ik me nog over. Ik raak dat spul nooit meer aan.’ Sowieso is hij heel voorzichtig geworden met vuur. ‘Er gaat geen kaars meer aan en ik controleer tien keer of ik het gasfornuis heb uitgedaan. Ook de barbecue en sfeerhaard komen mijn huis niet meer in.’

Mirte Kraaijkamp vertelt

Mirte Kraaijkamp vierde met vrienden Oud & Nieuw. Een gezellige avond, totdat het hard ging waaien en een raam dichtsloeg tegen een frituurpan.

Mirte Kraaijkamp vierde met vrienden Oud & Nieuw. Een gezellige avond, totdat het hard ging waaien en een raam dichtsloeg tegen een frituurpan.

Mirte stond ernaast en kreeg de verhitte inhoud over haar schouder, nek en armen. ‘Je bent dan snel weer nuchter. Ik dacht meteen: ik moet onder de douche’. Ook werden huisarts en ambulance gebeld, omdat de wonden er ernstig uit zagen. De huisarts adviseerde om na het douchen schone handdoeken nat te maken en op de wonden te leggen. Met de ambulance werd ze naar het Brandwondencentrum van het Maasstad Ziekenhuis gebracht. ‘Ik dacht dat ik in een soort spa was beland en dat ik lekker verwend werd. Ik zat onder de pijnstillers en dacht dat ik de volgende dag gewoon weer naar huis kon.’ Maar Mirte moest drie weken in het Brandwondencentrum blijven.

null

Meervoudig nationaal en wereldkampioen roeien

Inmiddels is Mirte meervoudig nationaal en wereldkampioen roeien (lichte vrouwen dubbelvier). Haar hobby is haar werk geworden.

"Mijn ongeval en de tijd in het Brandwondencentrum hebben, denk ik, wel invloed gehad op het verloop van mijn roeicarrière."

Vanaf de opname had Mirte één doel voor ogen: vijf weken later naar het trainingskamp in Spanje. Dit lukte, met hulp van de medewerkers van het Brandwondencentrum en haar roeimaatjes – die hielpen bij de wondverzorging in Spanje.

‘Tijdens mijn revalidatie bedacht ik me, als roeien is wat ik écht wil, dan moet ik me daar op focussen. Door het ongeluk kon ik minder trainen en had ik minder energie. Maar dat motiveerde me juist om effectiever te trainen en goed om te gaan met de energie die ik wél had.’ Enkele maanden na het ongeval veroverde ze bij meerdere wedstrijden – soms tot haar eigen verbazing – de eerste plek. In de jaren daarna werd ze zowel nationaal als wereldkampioen.

‘Mijn verblijf was niet leuk, maar ook niet heel vervelend’

Terug naar haar verblijf in het Brandwondencentrum. ‘Dat was niet per se een leuke tijd. Maar ook niet heel vervelend. Ik voelde me er thuis en had warm contact met de medewerkers.’ Dat blijkt wel uit het feit dat Mirte later speciaal naar het Brandwondencentrum kwam om haar behaalde medailles aan het team te laten zien.

Tijdens haar opname werden iedere ochtend de wonden in bad schoongemaakt. ‘Het minst comfortabele gedeelte van de dag’. ’s Middags was er bezoek of speelde ze spelletjes op de iPad. ‘Ik voelde me toen best ok. Achteraf merk ik pas dat ik tijdens mijn opname weinig concentratie had.’ Ook had ze weinig energie en verminderde eetlust. Dit laatste verbaasde haar. ‘Ik had echt geen honger, terwijl ik normaal twee keer zoveel eet.’ Ernstige brandwonden gaan vaak gepaard met een verstoring van de energiehuishouding.

Beweeglijkheid in arm en schouder na huidtransplantatie

De huid in haar gezicht, nek en linkerhand groeide vanzelf terug. Voor haar linkerschouder en rechteronderarm was een huidtransplantatie nodig. Na de operatie moest ze weer flink aan de slag met de fysiotherapeut om de stijfheid van haar schouder en arm te verminderen. Na één week mocht het verband eraf. ‘De artsen en verpleegkundigen vonden het mooi geworden. Maar ik had een heel andere verwachting van ‘mooi’.

"Toch vertrouwde ik erop dat het goed zou komen. Deze mensen hebben er immers verstand van."

Een maand later vond gelukkig ook Mirte haar schouder en arm weer mooi. ‘De binnenkant van mijn elleboog leek een kritiek punt tijdens mijn herstel, maar gelukkig is dit nooit een probleem geworden. Het roeien heeft me echt geholpen die beweeglijkheid weer in mijn schouder en arm te krijgen. De mouw om mijn arm draag ik nu alleen nog tijdens het roeien om mijn huid tegen de zon te beschermen.’

Lynn Verdoorn vertelt

Lynn Verdoorn – 16 jaar – was aan het stomen omdat ze verkouden was.

Lynn Verdoorn – 16 jaar – was aan het stomen omdat ze verkouden was.

Lynn: “Ik stoomde twee keer per week en dat verliep goed. De verkoudheid leek weg. Na een paar dagen voelde ik me toch weer verkouden en besloot nogmaals te stomen. Mijn neusholtes reageerden sterk op de stoom. Daar schrok ik van en trok de handdoek van mijn hoofd. Tegelijkertijd trok ik per ongeluk het stoombad over me heen.” Lynn kreeg hierdoor ernstig diepe brandwonden op haar buik, benen en kuit. Ze verbleef zeven weken in het Brandwondencentrum van het Maasstad Ziekenhuis, waarvan twee dagen op de Intensive Care.

Veel medicatie tegen de pijn

Op het moment van het ongeluk waren de ouders van Lynn thuis en werd ze meteen onder een lauwe douche gezet. Hierna brachten ze Lynn direct naar een ziekenhuis voor de eerste opvang en behandeling. In het ziekenhuis werd besloten om Lynn – vanwege de ernst van de brandwonden – met de ambulance naar het Brandwondencentrum van het Maasstad Ziekenhuis te vervoeren.

Lynn: “In het begin van mijn opname in het brandwondencentrum kwam ik mijn kamer bijna niet af. Ik was te zwak en kreeg veel medicatie tegen de pijn. De dagen duurden vaak erg lang.” Iedere dag werden haar wonden verzorgd, een pijnlijke behandeling. Ook onderging ze een huidtransplantatie voor beide benen. Lynn gaat tien maanden na het ongeluk nog steeds wekelijks naar het brandwondencentrum voor huid- en littekenbehandeling. Met onder meer massage en een vacuümpomp worden de huid en littekens soepeler gemaakt.

Hechte band met brandwondenverpleegkundigen

In het brandwondencentrum werken medisch specialisten en verpleegkundigen die speciaal opgeleid zijn op het gebied van brandwondenzorg. “Het contact met de artsen en verpleegkundigen vond ik in het begin wel spannend. Maar het zijn bijzondere mensen. Met de brandwondenverpleegkundigen die me dagelijks verzorgden heb ik een hechte band opgebouwd. Ik vind het zelfs jammer dat ik ze nu niet meer zie en spreek. Gelukkig ben ik mentaal sterk en heb ik mijn leven snel kunnen oppakken nadat ik ontslagen was uit het brandwondencentrum. Deze zomer ben ik meegegaan op kamp, georganiseerd door Stichting Kind en Brandwond, en heb ik de Brandwondendag bezocht. Leuk om daar mijn vriendinnen van het kamp en de verpleegkundigen weer te zien.”

“Stomen doen we nooit meer”

Terugkijkend op het ongeluk, is Lynn stellig: “Stomen doe ik nóóit meer. Natuurlijk moet iedereen dit voor zichzelf weten, maar ik raad het echt af, vanwege het gevaar van ernstige brandwonden. “ De moeder van Lynn vindt het nog steeds moeilijk om terug te kijken op de periode van het ongeluk. “Het gaat toch om je kind die ernstige brandwonden oploopt. Wij zullen nóóit meer stomen, maar ik merk om mij heen dat ons standpunt soms tot discussie leidt.”

 
Terug naar de startpagina van het Brandwondencentrum

Wilt u deze informatie delen?

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.