Terug

Pip en mcp gewrichtsprothese

De vinger bestaat uit drie kleine botjes (vingerkootjes). Tussen deze vingerkootjes zitten kleine scharnieren (gewrichten) die er voor zorgen dat de vinger kan buigen en strekken. De gewrichtjes liggen ongeveer ter hoogte van de dwarse vingerlijnen. Door de aanwezigheid van een laag kraakbeen kunnen deze botjes soepel en pijnloos langs elkaar bewegen.

Het gewricht tussen het basis– en middenkootje wordt het PIP-gewricht (Proximale Interphalengeale gewricht) genoemd. Het PIP gewricht zijn de knokkels waarmee op een deur wordt geklopt.

Bij slijtage van het PIP gewricht is er slijtage van het gewrichtsoppervlak en is de kraakbeenlaag die zorgt voor de soepele beweging tussen de botten verminderd. Slijtage kan optreden bij ouderdom (ouderdomsartrose), reumatoïde artritis (Reuma) of na een ongeval.

Onderzoeken

Uw klachtenpatroon bespreekt u met uw arts. Afhankelijk van de bevindingen uit het gesprek en het lichamelijk onderzoek wordt een röntgenfoto gemaakt. 

Behandeling

Operatieve behandeling

Voor de operatie dient u rekening te houden met onderstaande zaken:

  • Neem een begeleider mee naar het ziekenhuis om u na de operatie te helpen tijdens het aankleden en/of vervoer naar huis.
  • Draag geen sieraden of nagellak.
  • Haal alvast pijnstilling in huis (bijv. paracetamol).
  • Geef eventuele allergieën voor de ingreep door aan de arts.
  • Stop in overleg met de arts enkele dagen voor de operatie met bloedverdunnende medicatie. U kunt dit één dag na de operatie weer hervatten.

De operatie
Tijdens de operatie ligt u op de rug met uw arm opzij. De operatie gebeurt in dagbehandeling onder verdoving van de gehele arm. Minder vaak wordt gekozen voor volledige anesthesie.

Er wordt een snede gemaakt op de rugzijde van het te vervangen gewricht, waarna het gewricht wordt opgezocht. De delen van de botten die het versleten gewrichtsoppervlak vormen worden verwijderd. Vervolgens wordt er in beide botten een boorgat gemaakt. Hierin wordt de gewrichtsprothese geplaatst en vastgezet. De omliggende weke delen en de huid worden vervolgens gesloten.

Soms is het nodig om naast het vervangen van het gewricht ook een herstel te verrichten van de omliggende pezen. Uw arts zal dit met u bespreken. 

 

Nazorg

  • Na de operatie krijgt u voor enkele dagen een gipsverband aangemeten. U dient het gipsverband droog te houden. Tijdens het douchen kunt u een plastic zak om de hand doen. 
  • U dient de hand de eerste dagen hoog te houden. Dit kan met de hulp van een mitella/sling.
  • 's Nachts kunt u uw hand dan het beste op een kussen laten rusten. 
    Voor eventuele napijn kunt u paracetamol (max. 4 x daags 1000 mg) gebruiken. Indien nodig krijgt u een recept voor extra pijnstilling.
  • Zelf autorijden met drukverband/gipsspalk mag niet, u bent dan niet verzekerd. 
  • De hechtingen worden na ongeveer 10 dagen door een verpleegkundige verwijderd. 
  • Uw behandelend arts bepaalt hoe lang het gipsverband om moet blijven. Vaak is dit enkele dagen. Na het gipsverband krijgt u een afneembare spalk. De spalk mag niet nat worden. Nadat de spalk gemaakt is, wordt direct met oefentherapie gestart onder begeleiding van het handenteam. Deze oefeningen zijn er op gericht de kracht en beweeglijkheid te vergroten en om oedeem en verklevingen te voorkomen.

Hersteltraject

  • De duur van de herstelfase na het plaatsen van een MCP of PIP gewrichtsprothese is gemiddeld drie tot zes maanden, maar vanzelfsprekend afhankelijk van uw wondgenezing en herstel. 
    De beweeglijkheid en belastbaarheid van een MCP of PIP gewrichtsprothese is nooit zo goed als het oude oorspronkelijke gewricht.
  • De afneembare spalk dient het eerste jaar tijdens het sporten gedragen worden. Tot zes maanden na het ontstaan van het letsel raden wij aan contact/vechtsporten en intensieve stressmomenten te vermijden.
    Soms komt het voor dat het litteken en het gebied rondom het litteken langere tijd (weken tot maanden) gevoelig zijn bij aanraken en druk zetten. Het litteken kan ook hard aanvoelen. Deze klachten zijn vrijwel altijd tijdelijk.

Handenteam
Na het plaatsen van een MCP of PIP prothese is nabehandeling nodig. De nabehandeling bestaat uit oefentherapie en spalktherapie. Deze nabehandeling vindt plaats bij het Hand- en Pols Expertisecentrum van het Maasstad Ziekenhuis en wordt uitgevoerd door medewerkers van het handenteam. De duur en de frequentie van de nabehandeling kan zeer variëren.

Mogelijke complicaties
Bij alle operaties bestaat een geringe kans dat complicaties zich voordoen. Voor de volledigheid noemen we de (zeer) zeldzame complicaties. Als u vragen heeft over de mogelijke complicaties, raden wij u aan om contact op te nemen met uw behandelend arts.

  • Een wondinfectie, een nabloeding of een veranderd gevoel rondom het litteken. Neem bij roodheid, koorts of erge pijnklachten contact op met het ziekenhuis.  
  • Na een trauma of operatie van de hand kunnen er onbegrepen klachten ontstaan die niet direct te maken hebben met het trauma of de operatie. Deze klachten omvatten roodheid, zwelling, een glanzende huid, stijfheid en pijn. Ook kan er een intolerantie ontstaan voor kou. Deze klachten komen slechts zeer zelden voor en zijn vaak tijdelijk.
  • Het komt zelden voor dat het plaatsen van de prothese niet mogelijk is door een tekort aan bot of problemen met de omliggende structuren.
  • Op de lange termijn komt het soms voor dat de prothese breekt of los gaat zitten. Als dit gebeurt, wordt u opnieuw geopereerd.

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.