Maatregelen coronavirus (COVID-19) Meer informatie

5. Behandeling

Een beroerte (CVA)

De behandeling is erop gericht om de gevolgen van een CVA zoveel mogelijk te beperken en het risico op een nieuw CVA te verlagen. De gevolgen kunnen worden beperkt door omstandigheden te creëren waarin de hersenen zo optimaal mogelijk kunnen herstellen.

Er zijn 2 verschillende acute behandelingen mogelijk. Een trombolyse en een intra-arteriële trombectomie.

Trombolyse  

In de eerste uren (6 uur) na ontstaan van eerste verschijnselen van het CVA is het soms mogelijk om de verstopping in het bloedvat (herseninfarct) op te heffen door middel van een trombolyse (toediening van een sterk bloedstolsel oplossend medicijn via een infuus), hoe eerder je de stolsel oplossend medicijn krijgt, hoe beter. Door het snel oplossen van het stolsel wordt getracht de schade in de hersenen zo beperkt mogelijk te maken en de gevolgen van het CVA te reduceren. De mate van herstel is per persoon anders en valt niet te voorspellen. Niet iedere patiënt komt in aanmerking voor trombolyse, want er zijn een aantal voorwaardes aan verbonden. Door het krijgen van trombolyse neemt het risico op een bloedingen toe. De neuroloog bespreekt met u en uw naasten dit risico. Het infuus moet binnen 6 uur na het ontstaan van de verschijnselen worden gestart. Dit gebeurt op de Spoedeisende Hulp. Er wordt daarna frequent gecontroleerd op uw bloeddruk en uw uitval en er wordt gelet op eventuele complicaties.

IAT = intra-arteriële trombectomie 

Intra arteriele trombectomie

Als het infarct korter dan zes uur geleden heeft plaatsgevonden, komt u mogelijk in aanmerking voor intra-arteriële trombectomie (IAT). Bij deze behandeling verwijdert de arts via een katheter (een dun slangetje) het stolsel uit het bloedvat. De arts brengt de katheter in via de slagader in uw lies. Deze katheter wordt omhoog gevoerd tot in uw hoofd. Daarna brengt de arts via de katheter een stent (stenttriever) naar uw hoofd om het stolsel eruit te trekken. Soms kan de arts het stolsel eruit zuigen via een katheter. 

Door het opnieuw toegankelijk maken van het bloedvat voor bloed, wordt gestreefd naar een optimale bloeddruk en temperatuur, het verlagen van het risico op complicaties (zoals infecties en het vroegtijdig herkennen en behandelen van complicaties.

Medicijnen bij een herseninfarct 

Hieronder ziet u een aantal veelvoorkomende medicijnen die worden gegeven bij een herseninfarct. De arts besluit welke medicijnen voor u geschikt zijn.  

  • Clopidogrel (grepid): Clopidogrel is een antistollingsmiddel. Het voorkomt dat er bloedstolsels in de bloedvaten ontstaan. U gebruikt de clopidogrel dagelijks in de ochtend, levenslang om de kans op een nieuw herseninfarct te verkleinen. (link toevoegen over het medicijn)
  • Cholesterolverlagende medicijnen: Als u vanuit thuis al een cholesterolverlager gebruikt, word deze niet veranderd. Als u geen cholesterolverlager gebruikt wordt er gestart met simvastatine. Simvastatine remt de aanmaak van cholesterol in de lever. Het verlaagt het cholesterol- en het vetgehalte in het bloed. Zelfs wanneer er normale cholesterolwaarden zijn in het bloed, blijft dit medicijn onderdeel van de behandeling, omdat het de aanwezige plaquevorming (aderverkalking) stabiliseert. (link toevoegen simvastatine)
  • Asccetylsalisylzuur (Ascal/carbasalaatcalcium): Carbasalaatcalcium zorgt ervoor dat bloed minder makkelijk samenklontert (antistollingsmedicijn). Dit medicijn wordt 3 weken voorgeschreven en daarna weer gestaakt. (link toevoegen ascal)
  • Bloeddrukverlagers: Er bestaat een kans dat u start met bloeddrukverlagers, als uw bloedruk te hoog is. 

Opname in het ziekenhuis 

Patiënten met verschijnselen van een CVA worden opgenomen op de stroke unit. Stroke is het Engelse woord voor beroerte.  

De stroke unit is er om: 

  • De toestand van een patiënt te observeren;
  • Monitoren van risicofactoren;
  • Complicaties zoveel mogelijk te voorkomen;
  • Zo snel mogelijk te starten met revalidatie. 
  • Iemand moet langer op de stroke unit blijven indien:
  • Meestal verblijft een patiënt afhankelijk van de klachten 48 uur op de stroke unit. En worden er frequent neurologische controles uitgevoerd.
  • De kracht in de arm/ been wisselt;
  • De bewustzijn plotseling afneemt;
  • De bloeddruk veel te hoog of te laag is;
  • Het hartritme te onregelmatig of te hoog/laag is. De eerste 48 uur vindt er monitorbewaking plaats. Dit bestaat uit het observeren van uw bloeddruk, pols tempratuur, bewustzijn, kracht in armen/benen en pupilreactie.  Als iemand met een CVA in het ziekenhuis wordt opgenomen, zijn er meerdere disciplines betrokken bij de behandeling/revalidatie. Dit hangt af van de ernst van uw klachten/uitvalsverschijnselen.  

Wie ziet u aan u bed? 

Als u opgenomen word met een herseninfarct wordt uw hartritme ook bewaakt. Dit om te observeren of u een onregelmatig hartritme heeft, of te wel atriumfibrilleren dit kan een van de oorzaken zijn van een herseninfarct. Het team van behandelaars kan bestaan uit:  

  • Neuroloog: dit is u behandelend arts.
  • De zaalarts en/of arts assistent: het eerste aanspreekpunt voor alle medische informatie. Een gesprek op afspraak is altijd mogelijk, die te plannen is met de verpleegkundige.
  • De verpleegkundige: coördineert de zorg en begeleidt u tijdens de opname en is het eerste aanspreekpunt voor u en uw familie.
  • De fysiotherapeut: helpt bij het opnieuw leren van eventuele evenwichtsproblemen, het opstaan, gaan zitten en lopen.
  • De ergotherapeut: traint samen met u zo nodig de huishoudelijke activiteiten zoals wassen/aankleden, huishoudelijke activiteiten, fijne motoriek en dagindeling met betrekking op klachten van moeheid.
  • De logopedist: kijkt hoe het gaat met de taal, spraak en slikken. De logopedist geeft samen en in overleg met de verpleegkundige advies over het eten en drinken.
  • De transferverpleegkundige/CVA nazorg: regelt de eventuele hulp die nodig is na de opname bijvoorbeeld thuiszorg, tijdelijke opname in een (geriatrische) revalidatie, of voor permanente opname in een verpleeghuis.
  • De revalidatiearts (indien nodig): de arts beslist welke patiënt door de revalidatiearts gezien wordt. Dit hangt af van een aantal factoren. De revalidatiearts geeft advies welke revalidatietraject u eventueel. nodig heeft. En meldt u dan zo nodig aan bij een revalidatiecentrum in de buurt van u omgeving. Dit is vaak Rijndam.
  1. Wat is een beroerte
  2. Vaststellen beroerte
  3. Behandeling
  4. Nazorg