Vaak helpen goede pijnmedicatie, goede onderlingen samenwerking en communicatie, het inzetten van hulpmiddelen zoals afleidingsmateriaal (Toverbox) en een Virtual Reality (VR)-bril. Maar ook de manier van communiceren met het kind. Hoe zet je een kind in zijn kracht? En hoe zet je positief taalgebruik in om het kind te ondersteunen?
Vaak lukt het ons om de kinderen af te leiden en te begeleiden. Soms is dat niet voldoende. Dit kan komen door eerdere negatieve ervaringen of onvermogen in begrip bij het kind en/of ouders. Of door dat de ingreep pijnlijk en beangstigend om dit zonder sedatie te doen.
Voor kinderen die meer dan gemiddelde angst hebben, hebben we een speciaal spreekuur waarbij de medisch pedagogisch hulpverlener en de verpleegkundig specialist samen met de behandelaar de beste strategie voor begeleiding van het kind kiezen.
Om een psychologisch trauma bij kinderen te voorkomen kiezen we soms voor vormen van lichte sedatie. Bijvoorbeeld lachgas. Soms is diepere sedatie met narcose nodig.