Terug

Operatie bij borstkanker

Een operatie is de meest voorkomende behandeling van borstkanker. Een operatie is een plaatselijke behandeling waarbij het aangedane weefsel door de chirurg wordt verwijderd.

Soorten operaties

Er bestaand twee soorten borstoperaties.

Er bestaand twee soorten borstoperaties.

  • de borstsparende operatie;
  • de borstamputatie (eventueel met een reconstructieoperatie).

Bij een borstsparende operatie wordt alleen de tumor met voldoende gezond weefsel erom heen verwijderd. Deze operatie wordt altijd gevolgd door bestraling van de borst.

Bij een borstamputatie wordt de hele borstklier verwijderd met vet- en bindweefsel, huid en de tepel. De onderliggende borstspieren blijven gespaard.

Bij de afweging tussen een borstsparende behandeling of een borstamputatie spelen medisch gezien verschillende factoren een rol, zoals:

  • de grootte van de tumor ten opzichte van de omvang van de borst;
  • de eventuele aanwezigheid van meer tumoren in dezelfde borst.

Zowel bij een borstsparende operatie als bij een borstamputatie wordt onderzocht of er lymfeklieruitzaaiingen zijn.

Dit onderzoek vindt plaats met de schildwachtklierprocedure.

De schildwachtklier is de eerste lymfeklier die lymfeafvloed ontvangt van het gebied in de borst waar de tumor zich bevindt. Tijdens de operatie van de borst verwijdert de chirurg de schildwachtklier(en) waarna onderzoek volgt door de patholoog. Wanneer de schildwachtklier(en) tumorcellen bevat(ten) worden alle lymfeklieren uit de oksel door de chirurg verwijderd.

Als vóór de operatie al is vastgesteld dat er lymfeklieruitzaaiingen aanwezig zijn, wordt er geen schildwachtklierprocedure gedaan. Bij de borstoperatie worden dan alle oksellymfeklieren verwijderd.

Borstreconstructie

Er zijn verschillende tijdstippen en manieren waarop een borstreconstructie na een borstamputatie kan worden uitgevoerd. Als het medisch verantwoord en mogelijk is, kan de borstreconstructie direct in aansluiting op de amputatie worden gedaan tijdens dezelfde narcose. De chirurg werkt dan samen met de plastisch chirurg.

Het is ook mogelijk een borstreconstructie korte of langere tijd na de behandeling te doen. Het moment hangt af van medische factoren en uw persoonlijke voorkeur.

Vóór de operatie bespreekt de chirurg met u welke behandelmogelijkheden er zijn.

Indien er in medisch opzicht geen voorkeur is voor een borstsparende operatie of een borstamputatie geven beide behandelingen evenveel kans op overleving.

Borstsparende operatie met schildwachtklierprocedure

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken is het mammateam tot de conclusie gekomen dat een borstsparende operatie voor u een mogelijkheid is.

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken is het mammateam tot de conclusie gekomen dat een borstsparende operatie voor u een mogelijkheid is.

Dit is afhankelijk van de tumor in relatie tot/en de grootte van de borst. Deze operatie wordt onder narcose uitgevoerd.

De chirurg heeft met u gesproken over een borstsparende operatie. Bij deze operatie verwijdert de chirurg de kwaadaardige afwijking in uw borst samen met een stuk gezond weefsel eromheen (lumpectomie). De rest van het borstweefsel blijft gespaard. Het achtergebleven borstweefsel moet na de operatie altijd bestraald worden (radiotherapie). Bestraling vermindert namelijk in belangrijke mate de kans op het terugkomen van de tumor in de borst. Bij een borstsparende operatie verwijdert de chirurg via een aparte snede in de oksel ook de schildwachtklier (Zie informatie schildwachtklierprocedure).

Voorbereiding

Voor de operatie kunnen bepaalde onderzoeken noodzakelijk zijn. Welke dat zijn hangt onder meer af van uw leeftijd. Als u één of meer onderzoeken moet ondergaan, dan wordt dit geregeld door de afdeling Preoperatieve Screening. U krijgt daarvoor een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met een anesthesist.

Indien mogelijk gebeurt de operatie in dagbehandeling. U kunt dus dezelfde dag weer naar huis. Voor de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen u mag enige tijd van tevoren niet meer eten, drinken of roken. Vanaf hoe laat u niet meer mag eten, drinken of roken, hangt af van het tijdstip van uw operatie. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opnamedatum en tijd, waarin vermeld staat vanaf hoe laat u nuchter moet blijven. In sommige gevallen is het nodig enige tijd voorafgaand aan de operatie op de afdeling Radiologie een lokalisatieprocedure met behulp van een jodiumzaadje te doen (Zie informatie lokalisatieprocedure).

Voor de operatie

Wanneer u ’s morgens vroeg opgenomen bent, wordt u naar de nucleaire afdeling gebracht, waar door middel van een scan de schildwachtklier wordt opgezocht (Zie informatie schildwachtklierprocedure).

In sommige gevallen krijgt u voor de operatie op de verpleegafdeling al rustgevende medicatie, ter voorbereiding op de narcose. Meer informatie hierover staat in het boekje Informatie over anesthesie, dat u voor uw opname heeft ontvangen.

De operatie

Bij de operatie verwijdert de chirurg via een snede in de borst het kwaadaardige weefsel samen met een stuk gezond weefsel eromheen. Een enkele keer legt hij/zij een drain aan (een dun plastic slangetje) om bloed en wondvocht af te voeren. Deze drain blijft één tot enkele dagen zitten. Een tweede snede – in de oksel – is nodig om de schildwachtklier te verwijderen. Deze klier wordt door de patholoog onderzocht op de aanwezigheid van uitzaaiingen.Ongeveer 10 dagen na de controle, wordt tijdens een poliklinische controle onder andere de uitslag van het schildwachtklieronderzoek met u besproken. Wanneer er uitzaaiingen in de schildwachtklier zijn gevonden, worden alsnog de andere lymfklieren verwijderd in een tweede operatie.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u even op de uitslaapkamer (recovery). Daar controleren speciaal opgeleide verpleegkundigen uw hartslag, bloeddruk en ademhaling de eerste tijd na de operatie. Verder controleren zij de wond en eventuele drains. U mag terug naar de verpleegafdeling wanneer alle controles goed zijn. Ook daar controleren de verpleegkundigen regelmatig of alles naar behoren verloopt. Wanneer u zich goed voelt mag u weer gewoon eten en drinken en kunt u dezelfde dag nog naar huis. Na de operatie kan uw urine tijdelijk blauw-groen verkleurd zijn door de ingespoten contrastvloeistof, die gebruikt wordt voor het opzoeken van de schildwachtklier. Dit is een normaal verschijnsel.

U wordt geadviseerd om na de operatie, dag en nacht een stevige (sport) BH te dragen, gedurende 4 dagen. Dit helpt tegen de pijn en zorgt ervoor dat er minder zwelling door een bloeduitstorting kan ontstaan.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties ontstaan.

De meest voorkomende complicaties bij borstoperaties zijn:

  • nabloeding uit de wond;
  • bloeduitstorting onder de huid;
  • infectie van de operatiewond;
  • ophoping van wond- en lymfevocht onder de huid na verwijderen van de drain
  • gevoelloosheid van de huid rondom het litteken;
  • ophoping van lymfe (lymfoedeem), wanneer meerdere lymfklieren uit de oksel zijn verwijderd. U krijgt hierover, indien van toepassing een aparte folder.

Wanneer een van deze problemen zich voordoet tijdens uw opname, vertel dit dan aan de verpleegkundige op de afdeling. Bemerkt u thuis een van bovenstaande complicaties, neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie of met de mammacare-verpleegkundige. Aarzel niet om te bellen bij vragen of onzekerheden.

Naar huis

Bij ontslag krijgt u een afspraak op de polikliniek. Tijdens de poliklinische controle bespreekt de chirurg de uitslag van het weefselonderzoek met u. De chirurg bespreekt met u de tumorkenmerken, de radicaliteit van de operatie, en de definitieve uitslag van de schildwachtklier. De uitslagen zijn dan ook besproken in een team van specialisten, die met elkaar advies uitbrengen over de eventuele nabehandelingen. Slechts in uitzonderlijke gevallen moet de chirurg na een borstsparende operatie een heroperatie doen om nog extra weefsel weg te halen of alsnog een borstamputatie te doen. Na uw afspraak bij de chirurg heeft u aansluitend een afspraak bij de mammacare-verpleegkundige.

Wanneer u weer aan het werk kunt, is moeilijk te voorspellen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren en is bij iedereen anders.

Nabehandeling

Na een borstsparende behandeling krijgt u altijd een behandeling met radiotherapie van de borst. Deze behandeling begint meestal 6 tot 8 weken na de operatie, tenzij u eerst chemotherapie krijgt. In dat geval start de radiotherapie 3 tot 4 weken na de chemotherapie.

Radiotherapie wordt niet in het Maasstad Ziekenhuis gegeven. Wij verzorgen daarvoor voor u een afspraak in:

Erasmus M.C. locatie Daniel den Hoed
Groene Hilledijk 301
3075 EA Rotterdam
Telefoon: (010) 439 19 11

Chemotherapie vindt, indien van toepassing, wel plaats in het Maasstad Ziekenhuis. Een internist oncoloog en een verpleegkundig specialist oncologie of gespecialiseerd verpleegkundige behandelen en begeleiden u daarbij.

Borstsparende operatie met verwijderen van de lymfeklieren uit de oksel

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken is het mammateam tot de conclusie gekomen dat een borstsparende operatie voor u een mogelijkheid is.

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken is het mammateam tot de conclusie gekomen dat een borstsparende operatie voor u een mogelijkheid is.

Dit is afhankelijk van de tumor in relatie tot/en de grootte van de borst. Verder worden ook de lymfeklieren uit de oksel verwijderd. Deze operatie wordt onder narcose uitgevoerd.

De chirurg heeft met u gesproken over een borstsparende operatie. Bij deze operatie verwijdert de chirurg de kwaadaardige afwijking in uw borst samen met een stuk gezond weefsel eromheen (lumpectomie). De rest van het borstweefsel blijft gespaard. Het achtergebleven borstweefsel moet na de operatie altijd bestraald worden (radiotherapie). Bestraling vermindert namelijk in belangrijke mate de kans op het terugkomen van de tumor in de borst. Bij deze operatie verwijdert de chirurg via een aparte snede ook de lymfeklieren uit uw oksel.

Voorbereiding

Voor de operatie kunnen bepaalde onderzoeken noodzakelijk zijn. Welke dat zijn hangt onder meer af van uw leeftijd. Als u één of meer onderzoeken moet ondergaan, dan wordt dit geregeld door de afdeling Preoperatieve Screening. U krijgt daarvoor een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met een anesthesist.

U wordt voor deze operatie enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis.

Voor de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen u mag enige tijd van tevoren niet meer eten, drinken of roken. Vanaf hoe laat u niet meer mag eten, drinken of roken, hangt af van het tijdstip van uw operatie. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opnamedatum en tijd, waarin vermeld staat vanaf hoe laat u nuchter moet blijven.

In sommige gevallen is het nodig enige tijd voorafgaand aan de operatie op de afdeling Radiologie een lokalisatieprocedure met behulp van een jodiumzaadje te doen (Zie informatie lokalisatieprocedure).

Voor de operatie

In sommige gevallen krijgt u voor de operatie op de verpleegafdeling al rustgevende medicatie ter voorbereiding op de narcose. Meer informatie hierover staat in het boekje Informatie over anesthesie, dat u voor uw opname heeft ontvangen.

De operatie

Bij de operatie verwijdert de chirurg via een snede in de borst het kwaadaardige weefsel samen met een stuk gezond weefsel eromheen. Een enkele keer legt hij/zij een drain aan (een dun plastic slangetje) om bloed en wondvocht af te voeren. Deze drain blijft één tot enkele dagen zitten. Via een tweede snede – in de oksel – worden de lymfeklieren verwijderd. In het okselgebied wordt een drain aangebracht om wond- en lymfevocht af te voeren.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u even op de uitslaapkamer (recovery). Daar controleren speciaal opgeleide verpleegkundigen uw hartslag, bloeddruk en ademhaling de eerste tijd na de operatie. Verder controleren zij de wond en eventuele drains. U mag terug naar de verpleegafdeling wanneer alle controles goed zijn. Ook daar controleren de verpleegkundigen regelmatig of alles naar behoren verloopt. Wanneer u zich goed voelt mag u weer gewoon eten en drinken.

U wordt geadviseerd om na de operatie dag en nacht een stevige (sport) BH te dragen, gedurende 4 dagen. Dit helpt tegen de pijn en zorgt ervoor dat er minder zwelling door een bloeduitstorting kan ontstaan.

De dagen na de operatie

U mag ’s avonds na de operatie of de volgende dag gewoon weer uit bed. Wel kunnen alle bewegingen dan nog pijnlijk zijn. Vooral bewegen met de arm aan de geopereerde zijde en diep ademhalen, kan pijnlijk zijn. Zo nodig kunt u aan de verpleegkundige extra pijnstilling vragen.

Binnen enkele dagen na de operatie wordt de drain verwijderd. In de meeste gevallen kunt u dan ook snel naar huis.

Om het risico op lymfoedeem (ophoping van lymfevocht in de arm) zo klein mogelijk te houden krijgt u tijdens uw opname instructies van een fysiotherapeut en ontvangt u een folder met informatie over lymfoedeem.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties ontstaan. De meest voorkomende complicaties bij borstoperaties, met verwijdering van de lymfklieren uit de oksel, zijn:

  • nabloeding uit de wond;
  • bloeduitstorting onder de huid;
  • infectie van de operatiewond;
  • ophoping van wond- en lymfevocht onder de huid na verwijderen van de drain. Gedurende de eerste weken na de operatie kan het nodig zijn dit vocht regelmatig weg te halen door middel van een punctie;
  • gevoelloosheid van de huid rondom het litteken en aan binnenzijde van de bovenarm;
  • ophoping van lymfe (lymfoedeem) in de arm;
  • verstoorde schouderfunctie.

Wanneer een van deze problemen zich voordoet tijdens uw opname, vertel dit dan aan de verpleegkundige op de afdeling. Bemerkt u thuis een van bovenstaande complicaties, neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie of met de mammacare-verpleegkundige. Aarzel niet om te bellen bij vragen of onzekerheden.

Naar huis

Bij ontslag krijgt u een afspraak op de polikliniek. Tijdens de poliklinische controle bespreekt de chirurg de uitslag van het weefselonderzoek met u. De chirurg bespreekt met u de tumorkenmerken en de radicaliteit van de operatie. De uitslagen zijn dan ook besproken in een team van specialisten, die met elkaar advies uitbrengen over de eventuele nabehandelingen. Slechts in uitzonderlijke gevallen moet de chirurg na een borstsparende operatie een heroperatie doen om nog extra weefsel weg te halen of alsnog een borstamputatie te doen. Na uw afspraak bij de chirurg heeft u aansluitend een afspraak bij de mammacare-verpleegkundige.

Wanneer u weer aan het werk kunt, is moeilijk te voorspellen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren en is bij iedereen anders.

Nabehandeling

Na een borstsparende operatie krijgt u altijd een behandeling met radiotherapie van de borst. Deze behandeling begint meestal 6 tot 8 weken na de operatie, tenzij u eerst chemotherapie krijgt. In dat geval start de radiotherapie 3 tot 4 weken na de chemotherapie. Informatie over radiotherapie kunt u lezen in hoofdstuk 5.3: Radiotherapie.

Radiotherapie wordt niet in het Maasstad Ziekenhuis gegeven. Wij verzorgen daarvoor voor u een afspraak in:

Erasmus M.C. locatie Daniel den Hoed
Groene Hilledijk 301
3075 E A Rotterdam
Telefoon: (010) 439 19 11

Chemotherapie vindt, indien van toepassing, wel plaats in het Maasstad Ziekenhuis. Een internist oncoloog en een verpleegkundig specialist oncologie of gespecialiseerd verpleegkundige behandelen en begeleiden u daarbij.

Borstamputatie met schildwachtklierprocedure

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken en rekening houdend met uw persoonlijke keuze is het mammateam tot de conclusie gekomen dat de operatieve behandeling...

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken en rekening houdend met uw persoonlijke keuze is het mammateam tot de conclusie gekomen dat de operatieve behandeling bestaat uit een borstamputatie met schildwachtklierprocedure.

Deze operatie wordt onder narcose uitgevoerd

De chirurg heeft met u gesproken over een borstamputatie. Bij deze operatie verwijdert de chirurg de gehele borst met de kwaadaardige afwijking. Tijdens dezelfde operatie verwijdert de chirurg de schildwachtklier uit de oksel (Zie informatie schildwachtklierprocedure).

Voorbereiding

Voor de operatie kunnen bepaalde onderzoeken noodzakelijk zijn. Welke dat zijn hangt onder meer af van uw leeftijd. Als u één of meer onderzoeken moet ondergaan, dan wordt dit geregeld door de afdeling Preoperatieve Screening. U krijgt daarvoor een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met een anesthesist.

U wordt voor deze operatie enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis.

Voor de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen u mag enige tijd van tevoren niet meer eten, drinken of roken. Vanaf hoe laat u niet meer mag eten, drinken of roken, hangt af van het tijdstip van uw operatie. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opnamedatum en tijd, waarin vermeld staat vanaf hoe laat u nuchter moet blijven.

Voor de operatie

Wanneer u ’s morgens vroeg opgenomen bent, wordt u naar de nucleaire afdeling gebracht, waar door middel van een scan de schildwachtklier wordt opgezocht (Zie informatie schildwachtklierprocedure).

In sommige gevallen krijgt u voor de operatie op de verpleegafdeling al rustgevende medicatie, ter voorbereiding op de narcose. Meer informatie hierover staat in het boekje Informatie over anesthesie, dat u voor uw opname heeft ontvangen.

De operatie

Bij de operatie verwijdert de chirurg al het borstweefsel, en de schildwachtklier uit de oksel. De chirurg legt ook een drain aan (dun plastic slangetje) om bloed en wondvocht af te voeren. Deze drain blijft één tot enkele dagen zitten.

De schildwachtklier wordt door de patholoog onderzocht op de aanwezigheid van uitzaaiingen. Ongeveer 10 dagen na de controle, wordt tijdens een poliklinische controle onder andere de uitslag van het schildwachtklieronderzoek met u besproken. Wanneer er uitzaaiingen in de schildwachtklier zijn gevonden, worden alsnog de andere lymfklieren verwijderd in een tweede operatie.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u even op de uitslaapkamer (recovery). Daar controleren speciaal opgeleide verpleegkundigen uw hartslag, bloeddruk en ademhaling de eerste tijd na de operatie. Verder controleren zij de wond en eventuele drains. U mag terug naar de verpleegafdeling wanneer alle controles goed zijn. Ook daar controleren de verpleegkundigen regelmatig of alles naar behoren verloopt. Wanneer u zich goed voelt mag u weer gewoon eten en drinken.

Na de operatie kan uw urine tijdelijk blauw-groen verkleurd zijn door de ingespoten contrastvloeistof, die gebruikt wordt voor het opzoeken van de schildwachtklier. Dit is een normaal verschijnsel.

De dagen na de operatie

U mag of ’s avonds na de operatie of de volgende dag gewoon weer uit bed. Wel kunnen alle bewegingen dan nog pijnlijk zijn. Dat is echter normaal na deze operatie. Vooral bewegen met de arm aan de geopereerde zijde en diep ademhalen, kan pijnlijk zijn. Zo nodig kunt u aan de verpleegkundige extra pijnstilling vragen.

Binnen enkele dagen na de operatie wordt / worden de drain(s) verwijderd. In de meeste gevallen kunt u dan ook snel naar huis. Tijdens uw opname in het ziekenhuis krijgt u instructies van een fysiotherapeut.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties ontstaan. De meest voorkomende complicaties bij borstoperaties zijn:

  • nabloeding uit de wond;
  • bloeduitstorting onder de huid;
  • infectie van de operatiewond;
  • ophoping van wond- en lymfevocht onder de huid na verwijderen van de drain. Gedurende de eerste weken na de operatie kan het nodig zijn dit vocht regelmatig weg te halen door middel van een punctie;
  • een zogenaamd ezelsoor, dit is een kleine huidflap vlak onder de oksel; deze wordt meestal pas zichtbaar nadat de zwelling van de operatiewond is verdwenen en de huid iets te ruim blijkt te zijn. Later is het mogelijk deze huidflap te corrigeren.

Wanneer een van deze problemen zich voordoet tijdens uw opname, vertel dit dan aan de verpleegkundige op de afdeling. Bemerkt u thuis een van bovenstaande complicaties, neem dan contact op met de polikliniek chirurgie of met de mammacare-verpleegkundige. Aarzel niet om te bellen bij vragen of onzekerheden.

Naar huis

In principe gaat u binnen enkele dagen na de operatie naar huis. Het kan zijn dat u naar huis mag als de drain nog in de wond zit. Deze wordt dan later op de polikliniek verwijderd.

Bij ontslag krijgt u een afspraak op de polikliniek. Tijdens de poliklinische controle bespreekt de chirurg de uitslag van het weefselonderzoek met u.

De chirurg bespreekt met u de tumorkenmerken en de radicaliteit van de operatie. De uitslagen zijn dan ook besproken in een team van specialisten, die met elkaar advies uitbrengen over de eventuele nabehandelingen. Slechts in uitzonderlijke gevallen is het nodig de andere lymfeklieren in een tweede operatie alsnog te verwijderen. Verdere nabehandelingen kunnen bestaan uit chemotherapie, hormonale therapie of radiotherapie (bestraling) of een combinatie van deze nabehandelingen. Na uw afspraak bij de chirurg heeft u aansluitend een afspraak bij de mammacare-verpleegkundige. Indien nodig haalt men op de polikliniek de hechtingen (nietjes) of drain nog uit de wond.

Wanneer u weer aan het werk kunt, is moeilijk te voorspellen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren en is bij iedereen anders.

Prothese

Als u wilt kunt u in het ziekenhuis een uitwendige noodprothese krijgen. Omdat na de operatie de wond moet herstellen, is het pas na 6 tot 8 weken mogelijk een definitieve prothese voor in uw BH aan te laten meten. Meer hierover leest u in de folder Borstprothesen. U kunt voor advies hierover terecht bij de mammacare-verpleegkundige. Een reconstructie van uw borst kan in overweging worden genomen.

Borstamputatie met verwijderen van de lymfeklieren uit de oksel

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken en rekening houdend met uw persoonlijke keuze is het mammateam tot de conclusie gekomen dat de operatieve behandeling...

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken en rekening houdend met uw persoonlijke keuze is het mammateam tot de conclusie gekomen dat de operatieve behandeling bestaat uit een borstamputatie met het verwijderen van de lymfeklieren uit de oksel.

Deze operatie wordt onder narcose uitgevoerd.

De chirurg heeft met u gesproken over een borstamputatie. Bij deze operatie verwijdert de chirurg de gehele borst met de kwaadaardige afwijking. Tijdens dezelfde operatie verwijdert de chirurg de lymfeklieren uit de oksel.

Voorbereiding

Voor de operatie kunnen bepaalde onderzoeken noodzakelijk zijn. Welke dat zijn hangt onder meer af van uw leeftijd. Als u één of meer onderzoeken moet ondergaan, dan wordt dit geregeld door de afdeling Preoperatieve Screening. U krijgt daarvoor een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met een anesthesist.

U wordt voor deze operatie enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis.

Voor de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen u mag enige tijd van tevoren niet meer eten, drinken of roken. Vanaf hoe laat u niet meer mag eten, drinken of roken, hangt af van het tijdstip van uw operatie. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opnamedatum en tijd, waarin vermeld staat vanaf hoe laat u nuchter moet blijven.

Voor de operatie

In sommige gevallen krijgt u voor de operatie op de verpleegafdeling al rustgevende medicatie, ter voorbereiding op de narcose. Meer informatie hierover staat in het boekje Informatie over anesthesie, dat u voor uw opname heeft ontvangen.

De operatie

Bij de operatie verwijdert de chirurg al het borstweefsel, en de lymfeklieren uit de oksel. De chirurg legt ook 2 drains aan (dun plastic slangetje) om bloed, wond- en lymfevocht af te voeren. Deze drains blijven één tot enkele dagen zitten.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u even op de uitslaapkamer (recovery). Daar controleren speciaal opgeleide verpleegkundigen uw hartslag, bloeddruk en ademhaling de eerste tijd na de operatie. Verder controleren zij de wond en eventuele drains. U mag terug naar de verpleegafdeling wanneer alle controles goed zijn. Ook daar controleren de verpleegkundigen regelmatig of alles naar behoren verloopt. Wanneer u zich goed voelt mag u weer gewoon eten en drinken.

De dagen na de operatie

U mag of ’s avonds na de operatie of de volgende dag gewoon weer uit bed. Wel kunnen alle bewegingen dan nog pijnlijk zijn. Dat is echter normaal na een dergelijke operatie. Vooral bewegen met de arm aan de geopereerde zijde en diep ademhalen, kan pijnlijk zijn. Zo nodig kunt u aan de verpleegkundige extra pijnstilling vragen.

Binnen enkele dagen na de operatie worden de drain(s) verwijderd. In de meeste gevallen kunt u dan ook snel naar huis.

Om het risico op lymfoedeem (ophoping van lymfevocht in de arm) zo klein mogelijk te houden krijgt u tijdens uw opname instructies van een fysiotherapeut en ontvangt u een folder met informatie over lymfoedeem.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties ontstaan. De meest voorkomende complicaties bij borstoperaties zijn:

  • nabloeding uit de wond;
  • bloeduitstorting onder de huid;
  • infectie van de operatiewond;
  • ophoping van wond- en lymfevocht onder de huid na verwijderen van de drain. Gedurende de eerste weken na de operatie kan het nodig zijn dit vocht regelmatig weg te halen door middel van een punctie;
  • gevoelloosheid van de huid rondom het litteken en aan binnenzijde van de bovenarm;
  • ophoping van lymfe (lymfoedeem) in de arm;
  • verstoorde schouderfunctie;
  • een zogenaamd ezelsoor, dit is een kleine huidflap vlak onder de oksel; die wordt meestal pas zichtbaar nadat de zwelling van de operatiewond is verdwenen en de huid iets te ruim blijkt te zijn. Later is het mogelijk deze huidflap te corrigeren.

Wanneer een van deze problemen zich voordoet tijdens uw opname, vertel dit dan aan de verpleegkundige op de afdeling. Bemerkt u thuis een van bovenstaande complicaties, neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie of met de mammacare-verpleegkundige. Aarzel niet om te bellen bij vragen of onzekerheden.

Naar huis

In principe gaat u binnen enkele dagen na de operatie naar huis. Het kan zijn dat u naar huis mag als de drain nog in de wond zit. Deze wordt dan later op de polikliniek verwijderd.

Bij ontslag krijgt u een afspraak voor de polikliniek. Tijdens de poliklinische controle bespreekt de chirurg de uitslag van het weefselonderzoek met u.

De chirurg bespreekt met u de tumorkenmerken en de radicaliteit van de operatie. De uitslagen zijn dan ook besproken in een team van specialisten, die met elkaar advies uitbrengen over de eventuele nabehandelingen. Verdere nabehandelingen kunnen bestaan uit chemotherapie, hormonale therapie of radiotherapie (bestraling) of een combinatie van deze nabehandelingen.

Na uw afspraak bij de chirurg heeft u aansluitend een afspraak bij de mammacare-verpleegkundige. Indien nodig haalt men op de polikliniek de hechtingen (nietjes) of drain nog uit de wond.

Wanneer u weer aan het werk kunt, is moeilijk te voorspellen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren en is bij iedereen anders.

Prothese

Als u wilt kunt u in het ziekenhuis een uitwendige noodprothese krijgen. Omdat na de operatie de wond moet herstellen, is het pas na 6 tot 8 weken mogelijk een definitieve prothese voor in uw BH aan te laten meten. Meer hierover leest u in de folder Borstprothesen. U kunt voor advies hierover terecht bij de mammacare-verpleegkundige. Een reconstructie van uw borst kan in overweging worden genomen.

Borstamputatie met directe reconstructie

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken en rekening houdend met uw persoonlijk wens is het mammateam tot de conclusie gekomen dat de operatieve behandeling...

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken en rekening houdend met uw persoonlijk wens is het mammateam tot de conclusie gekomen dat de operatieve behandeling bestaat uit een borstamputatie met een directe reconstructie.

Deze operatie wordt onder narcose uitgevoerd.

In de meeste gevallen heeft vooraf dan al de schildwachtklierprocedure plaats gevonden.

De chirurg heeft met u gesproken over een borstamputatie met directe reconstructie. Bij deze operatie verwijdert de chirurg de gehele borst met de kwaadaardige afwijking. Tijdens dezelfde operatie doet de plastisch chirurg aansluitend een borstreconstructie. De plastisch chirurg heeft met u besproken welk type reconstructie toegepast wordt: alleen een siliconen prothese of de methode met gebruik van eigen weefsel, de rugspiermethode, zo nodig gecombineerd met een siliconen prothese.

Voorbereiding

Voor de operatie kunnen bepaalde onderzoeken noodzakelijk zijn. Welke dat zijn hangt onder meer af van uw leeftijd. Als u één of meer onderzoeken moet ondergaan, dan wordt dit geregeld door de afdeling Preoperatieve Screening. U krijgt daarvoor een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met een anesthesist.

U wordt voor deze operatie enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis.

Voor de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen u mag enige tijd van tevoren niet meer eten, drinken of roken. Vanaf hoe laat u niet meer mag eten, drinken of roken, hangt af van het tijdstip van uw operatie. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opnamedatum en tijd, waarin vermeld staat vanaf hoe laat u nuchter moet blijven.

Voor de operatie

In sommige gevallen krijgt u voor de operatie op de verpleegafdeling al rustgevende medicatie, ter voorbereiding op de narcose. Meer informatie hierover staat in het boekje Informatie over anesthesie, dat u voor uw opname heeft ontvangen.

De operatie

Bij de operatie verwijdert de chirurg al het borstweefsel en voert de plastisch chirurg aansluitend de reconstructie uit. De plastisch chirurg plaatst na de operatie een aantal drains (dunne plastic slangetjes) in het wondgebied om bloed en wondvocht af te voeren. In de meeste gevallen worden drie drains geplaatst. Omdat deze drains soms langer dan een week moeten blijven zitten, gaat u met één of meerdere drains naar huis (Zie folder Met drain naar huis).

Na de operatie

Na de operatie verblijft u even op de uitslaapkamer (recovery). Daar controleren speciaal opgeleide verpleegkundigen uw hartslag, bloeddruk en ademhaling de eerste tijd na de operatie. Verder controleren zij de wond en eventuele drains. U mag terug naar de verpleegafdeling wanneer alle controles goed zijn. Ook daar controleren de verpleegkundigen regelmatig of alles naar behoren verloopt. Wanneer u zich goed voelt mag u weer gewoon eten en drinken.

De dagen na de operatie

U mag na de operatie de volgende dag weer uit bed. Wel kunnen alle bewegingen dan nog pijnlijk zijn. Dat is echter normaal na deze operatie. Vooral bewegen met de arm aan de geopereerde zijde en diep ademhalen, kan pijnlijk zijn. Zo nodig kunt u aan de verpleegkundige extra pijnstilling vragen.

De drains worden tijdens poliklinische controles op de polikliniek Plastische Chirurgie verwijderd.

Tijdens uw opname in het ziekenhuis krijgt u instructies van een fysiotherapeut.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties ontstaan. De meest voorkomende complicaties bij borstoperaties zijn:

  • nabloeding uit de wond;
  • bloeduitstorting onder de huid;
  • infectie van de operatiewond;
  • ophoping van wond- en lymfevocht onder de huid.

Wanneer een van deze problemen zich voordoet tijdens uw opname, vertel dit dan aan de verpleegkundige op de afdeling. Bemerkt u thuis een van bovenstaande complicaties, neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie of met de mammacare-verpleegkundige. Aarzel niet om te bellen bij vragen of onzekerheden.

Naar huis

Bij ontslag krijgt u afspraken mee op de polikliniek. Op de polikliniek Plastische Chirurgie worden de wonden en drains gecontroleerd. Voor de uitslagen van de operatie krijgt u een afspraak op de polikliniek Chirurgie.

De chirurg bespreekt met u de tumorkenmerken en de radicaliteit van de operatie. De uitslagen zijn dan ook besproken in een team van specialisten, die met elkaar advies uitbrengen over de eventuele nabehandelingen. Verdere nabehandelingen kunnen bestaan uit chemotherapie, hormonale therapie of radiotherapie (bestraling) of een combinatie van deze nabehandelingen. Na uw afspraak bij de chirurg heeft u aansluitend een afspraak bij de mammacare-verpleegkundige.

Wanneer u weer aan het werk kunt, is moeilijk te voorspellen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren en is bij iedereen anders.

Verwijderen van de schildwachtklier

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken is het mammateam tot de conclusie gekomen dat er eerst een schildwachtklierprocedure bij u wordt verricht.

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken is het mammateam tot de conclusie gekomen dat er eerst een schildwachtklierprocedure bij u wordt verricht.

Deze operatie wordt onder narcose uitgevoerd.

De chirurg heeft met u gesproken over het verwijderen van de schildwachtklier, mogelijk ter voorbereiding op de behandelingen (Zie ook Informatie schildwachtklierprocedure).

Voorbereiding

Voor de operatie kunnen bepaalde onderzoeken noodzakelijk zijn. Welke dat zijn hangt onder meer af van uw leeftijd. Als u één of meer onderzoeken moet ondergaan, dan wordt dit geregeld door de afdeling Preoperatieve Screening. U krijgt daarvoor een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met een anesthesist.

Indien mogelijk gebeurt de operatie in dagbehandeling. U kunt dus dezelfde dag weer naar huis. Voor de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen u mag enige tijd van tevoren niet meer eten, drinken of roken. Vanaf hoe laat u niet meer mag eten, drinken of roken, hangt af van het tijdstip van uw operatie. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opnamedatum en tijd, waarin vermeld staat vanaf hoe laat u nuchter moet blijven.

Voor de operatie

Wanneer u ’s morgens vroeg opgenomen bent, wordt u naar de nucleaire afdeling gebracht, waar door middel van een scan de schildwachtklier wordt opgezocht (Zie Informatie schildwachtklierprocedure).

In sommige gevallen krijgt u voor de operatie op de verpleegafdeling al rustgevende medicatie, ter voorbereiding op de narcose. Meer informatie hierover staat in het boekje Informatie over anesthesie, dat u voor uw opname heeft ontvangen.

De operatie

Bij de operatie verwijdert de chirurg de schildwachtklier uit de oksel.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u even op de uitslaapkamer (recovery). Daar controleren speciaal opgeleide verpleegkundigen uw hartslag, bloeddruk en ademhaling de eerste tijd na de operatie. Verder controleren zij de wond en eventuele drains. U mag terug naar de verpleegafdeling wanneer alle controles goed zijn. Ook daar controleren de verpleegkundigen regelmatig of alles naar behoren verloopt. Wanneer u zich goed voelt mag u weer gewoon eten en drinken en kunt u dezelfde dag nog naar huis. Na de operatie kan uw urine tijdelijk blauw-groen verkleurd zijn door de ingespoten contrastvloeistof, die gebruikt wordt voor het opzoeken van de schildwachtklier. Dit is een normaal verschijnsel.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties ontstaan. De meest voorkomende complicaties bij borst/oksel operaties zijn:

  • nabloeding uit de wond;
  • bloeduitstorting onder de huid;
  • infectie van de operatiewond;
  • gevoelloosheid van de huid rondom het litteken.

Wanneer een van deze problemen zich voordoet tijdens uw opname, vertel dit dan aan de verpleegkundige op de afdeling. Bemerkt u thuis een van bovenstaande complicaties, neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie of met de mammacare-verpleegkundige. Aarzel niet om te bellen bij vragen of onzekerheden.

Naar huis

Bij ontslag krijgt u een afspraak op de polikliniek. Tijdens de poliklinische controle bespreekt de chirurg de uitslag van het weefselonderzoek met u. De uitslag is dan ook besproken in een team van specialisten, die met elkaar advies uitbrengen over de verdere behandelingen. Wanneer in de schildwachtklier uitzaaiingen zijn gevonden, wordt besloten bij de latere borstoperatie ook de lymfeklieren uit de oksel te verwijderen. Na uw afspraak bij de chirurg heeft u aansluitend een afspraak bij de mammacare-verpleegkundige.

Wanneer u weer aan het werk kunt, is moeilijk te voorspellen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren en is bij iedereen anders.

Verwijderen van de lymfeklieren uit de oksel

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken is het mammateam tot de conclusie gekomen dat bij u (alsnog) de lymfeklieren uit de oksel moeten worden weggenomen....

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken is het mammateam tot de conclusie gekomen dat bij u (alsnog) de lymfeklieren uit de oksel moeten worden weggenomen.

De chirurg heeft met u gesproken over het verwijderen van de lymfeklieren uit de oksel. Mogelijk zijn bij u uitzaaiingen gevonden in de schildwachtklier en worden daarom de andere lymfeklieren ook verwijderd. Ook kan het zijn dat u in het verleden behandeld bent voor borstkanker en er nu uitzaaiingen in de oksel zijn ontdekt. Deze operatie wordt onder narcose uitgevoerd.

Voorbereiding

Voor de operatie kunnen bepaalde onderzoeken noodzakelijk zijn. Welke dat zijn hangt onder meer af van uw leeftijd. Als u één of meer onderzoeken moet ondergaan, dan wordt dit geregeld door de afdeling Preoperatieve Screening. U krijgt daarvoor een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met een anesthesist. Dit is niet nodig wanneer u korter dan drie maanden geleden nog een preoperatieve screening heeft gehad.

Voor de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen u mag enige tijd van tevoren niet meer eten, drinken of roken. Vanaf hoe laat u niet meer mag eten, drinken of roken, hangt af van het tijdstip van uw operatie. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opnamedatum en tijd, waarin vermeld staat vanaf hoe laat u nuchter moet blijven.

Voor de operatie

In sommige gevallen krijgt u voor de operatie op de verpleegafdeling al rustgevende medicatie, ter voorbereiding op de narcose. Meer informatie hierover staat in het boekje Informatie over anesthesie, dat u voor uw opname heeft ontvangen.

De operatie

Bij de operatie verwijdert de chirurg via een snede in de oksel de lymfeklieren. In het wondgebied wordt een drain (een dun plastic slangetje) geplaatst om bloed, wond- en lymfevocht af te laten lopen. De drain blijft enkele dagen zitten.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u even op de uitslaapkamer (recovery). Daar controleren speciaal opgeleide verpleegkundigen uw hartslag, bloeddruk en ademhaling de eerste tijd na de operatie. Verder controleren zij de wond en eventuele drains. U mag terug naar de verpleegafdeling wanneer alle controles goed zijn. Ook daar controleren de verpleegkundigen regelmatig of alles naar behoren verloopt. Wanneer u zich goed voelt mag u weer gewoon eten en drinken en kunt u dezelfde dag nog naar huis.

De dagen na de operatie

U mag ’s avonds na de operatie of de volgende dag weer uit bed. Wel kunnen alle bewegingen dan nog pijnlijk zijn. Vooral bewegen met de arm aan de geopereerde zijde kan pijnlijk zijn. Zo nodig kunt u aan de verpleegkundige extra pijnstilling vragen.

Binnen enkele dagen na de operatie wordt de drain verwijderd. In de meeste gevallen kunt u dan ook snel naar huis.

Om het risico op lymfoedeem (ophoping van lymfevocht in de arm) zo klein mogelijk te houden krijgt u tijdens uw opname instructies van een fysiotherapeut en ontvangt u een folder met informatie over lymfoedeem.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties ontstaan. De meest voorkomende complicaties bij borst/oksel operaties zijn:

  • nabloeding uit de wond;
  • bloeduitstorting onder de huid;
  • infectie van de operatiewond;
  • gevoelloosheid van de huid rondom het litteken;
  • ophoping van wond- en lymfevocht onder de huid na verwijderen van de drain. Gedurende de eerste weken na de operatie kan het nodig zijn dit vocht regelmatig weg te halen door middel van een punctie;
  • ophoping van lymfe (lymfoedeem) in de arm;
  • verstoorde schouderfunctie.

Wanneer een van deze problemen zich voordoet tijdens uw opname, vertel dit dan aan de verpleegkundige op de afdeling. Bemerkt u thuis een van bovenstaande complicaties, neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie of met de mammacare-verpleegkundige. Aarzel niet om te bellen bij vragen of onzekerheden.

Naar huis

Bij ontslag krijgt u een afspraak op de polikliniek. Tijdens de poliklinische controle bespreekt de chirurg de uitslag van het weefselonderzoek met u. De uitslagen zijn dan ook besproken in een team van specialisten, die met elkaar advies uitbrengen over eventuele nabehandelingen. Verdere nabehandelingen kunnen bestaan uit chemotherapie, hormonale therapie of radiotherapie (bestraling) of een combinatie van deze nabehandelingen. Na uw afspraak bij de chirurg heeft u aansluitend een afspraak bij de mammacare-verpleegkundige.

Wanneer u weer aan het werk kunt, is moeilijk te voorspellen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren en is bij iedereen anders.

Borstamputatie

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken en rekening houdend met uw persoonlijke wens is het mammateam tot de conclusie gekomen dat de operatieve behandeling...

Na uitvoerige bestudering van de onderzoeken en rekening houdend met uw persoonlijke wens is het mammateam tot de conclusie gekomen dat de operatieve behandeling bestaat uit een borstamputatie.

Deze operatie wordt onder narcose uitgevoerd.

Voorbereiding

Voor de operatie kunnen bepaalde onderzoeken noodzakelijk zijn. Welke dat zijn hangt onder meer af van uw leeftijd. Als u één of meer onderzoeken moet ondergaan, dan wordt dit geregeld door de afdeling Preoperatieve Screening. U krijgt daarvoor een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met een anesthesist.

U wordt voor deze operatie enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis.

Voor de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen u mag enige tijd van tevoren niet meer eten, drinken of roken. Vanaf hoe laat u niet meer mag eten, drinken of roken, hangt af van het tijdstip van uw operatie. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opnamedatum en tijd, waarin vermeld staat vanaf hoe laat u nuchter moet blijven.

Voor de operatie

In sommige gevallen krijgt u voor de operatie op de verpleegafdeling al rustgevende medicatie, ter voorbereiding op de narcose. Meer informatie hierover staat in het boekje Informatie over anesthesie, dat u voor uw opname heeft ontvangen.

De operatie

Bij de operatie verwijdert de chirurg al het borstweefsel. De chirurg legt ook een drain aan (dun plastic slangetje) om bloed en wondvocht af te voeren. De drain blijft één tot enkele dagen zitten.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u even op de uitslaapkamer (recovery). Daar controleren speciaal opgeleide verpleegkundigen uw hartslag, bloeddruk en ademhaling de eerste tijd na de operatie. Verder controleren zij de wond en eventuele drains. U mag terug naar de verpleegafdeling wanneer alle controles goed zijn. Ook daar controleren de verpleegkundigen regelmatig of alles naar behoren verloopt. Wanneer u zich goed voelt mag u weer gewoon eten en drinken.

De dagen na de operatie

U mag of ’s avonds na de operatie of de volgende dag weer uit bed. Wel kunnen alle bewegingen dan nog pijnlijk zijn. Dat is echter normaal na deze operatie. Vooral bewegen met de arm aan de geopereerde zijde en diep ademhalen, kan pijnlijk zijn. Zo nodig kunt u aan de verpleegkundige extra pijnstilling vragen.

Binnen enkele dagen na de operatie worden de drain(s) verwijderd. In de meeste gevallen kunt u dan ook snel naar huis. Tijdens uw opname in het ziekenhuis krijgt u instructies van een fysiotherapeut.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties ontstaan. De meest voorkomende complicaties bij borstoperaties zijn:

  • nabloeding uit de wond;
  • bloeduitstorting onder de huid;
  • infectie van de operatiewond;
  • ophoping van wond- en lymfevocht onder de huid na verwijderen van de drain. Gedurende de eerste weken na de operatie kan het nodig zijn dit vocht regelmatig weg te halen door middel van een punctie;
  • een zogenaamd ezelsoor, dit is een kleine huidflap vlak onder de oksel; die wordt meestal pas zichtbaar nadat de zwelling van de operatiewond is verdwenen en de huid iets te ruim blijkt te zijn. Later is het mogelijk deze huidflap te corrigeren.

Wanneer een van deze problemen zich voordoet tijdens uw opname, vertel dit dan aan de verpleegkundige op de afdeling. Bemerkt u thuis een van bovenstaande complicaties, neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie of met de mammacare-verpleegkundige. Aarzel niet om te bellen bij vragen of onzekerheden.

Naar huis

In principe gaat u binnen enkele dagen na de operatie naar huis. Het kan zijn dat u naar huis mag als de drain nog in de wond zit. Deze wordt dan later op de polikliniek verwijderd.

Bij ontslag krijgt u een afspraak op de polikliniek. Tijdens de poliklinische controle bespreekt de chirurg de uitslag van het weefselonderzoek met u.

De chirurg bespreekt met u de tumorkenmerken en de radicaliteit van de operatie. De uitslagen zijn dan ook besproken in een team van specialisten, die met elkaar advies uitbrengen over de eventuele nabehandelingen.

Verdere nabehandelingen kunnen bestaan uit chemotherapie, hormonale therapie of radiotherapie (bestraling) of een combinatie van deze nabehandelingen. Na uw afspraak bij de chirurg heeft u aansluitend een afspraak bij de mammacare-verpleegkundige. Indien nodig haalt men op de polikliniek de hechtingen (nietjes) of drain nog uit de wond.

Wanneer u weer aan het werk kunt, is moeilijk te voorspellen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren en is bij iedereen anders.

Prothese

Als u wilt kunt u in het ziekenhuis een uitwendige noodprothese krijgen. Omdat na de operatie de wond moet herstellen, is het pas na 6 tot 8 weken mogelijk een definitieve prothese voor in uw BH aan te laten meten. Meer hierover leest u in de folder Borstprothesen. U kunt voor advies hierover terecht bij de mammacare-verpleegkundige. Een reconstructie van uw borst kan in overweging worden genomen.

U wordt zo spoedig mogelijk geholpen

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.