Een van de promovendi die daaraan meewerken, is Eveline de Haan. Zij promoveerde in januari 2026 met haar onderzoek ‘Hip Fractures: Assessment of (Peri-Operative) Care’.
Eveline de Haan promoveert binnen onderzoekslijn heupfracturen
Eveline de Haan promoveert binnen onderzoekslijn heupfracturen
Moet je een kwetsbare oudere met een gebroken heup nog wel opereren? Om een goede inschatting te maken van het overlijdensrisico na een operatie startte in het Maasstad Ziekenhuis en Franciscus 5 jaar geleden een onderzoekslijn over heupfracturen.
2 maart 2026
Promotie Eveline De Haan

Gert Roukema is traumachirurg en leidt de onderzoekslijn in het Maasstad Ziekenhuis. Hij vertelt: “30% van de patiënten die werden geopereerd aan een gebroken heup zijn na een jaar overleden. Dat zijn met name oudere patiënten, waarvan het lichaam een operatie niet meer aan kan. Daarnaast willen sommige patiënten helemaal geen operatie en hebben liever goede pijnstilling. Zij zijn dan ook opgelucht dat er geen operatie komt.”
In de onderzoekslijn was al een mooie database opgesteld waarmee Eveline aan de slag is gegaan: “Mijn onderzoeksvragen kwamen vanuit de dagelijkse praktijk in het ziekenhuis. Die vragen gingen we beantwoorden door statistische analyses uit te voeren op de database. Uiteindelijk heb ik meerdere analyses gedaan en 10 wetenschappelijke artikelen geschreven. Ik keek hierin met name naar verschillende complicaties die na een heupoperatie kunnen optreden en waarom die optreden.”
Voorspellers van overlijden
Een van haar artikelen licht Eveline verder uit: “Daarin heb ik toegewerkt naar een predictiemodel, een model dat voorspelt wat de kans is dat iemand overlijdt binnen 30 dagen na een heupoperatie.”
Eveline vond 7 voorspellers: leeftijd, geslacht, dementie, afhankelijkheid van zorg, albumine (bloedwaarde van de eiwitproductie van de lever), wonen in een verpleeghuis en ASA (een score voor de fysieke toestand van een patiënt). “Deze 7 voorspellers hebben allemaal een eigen weging in het bepalen van de kans op overlijden. Ze leveren samen de RHMP-30 score, wat staat voor Rotterdam Hip Fracture Mortality Prediction-30 days. Oftewel, de kans op overlijden binnen 30 dagen na de operatie,” licht Eveline toe. Het model is makkelijk bereikbaar en ondersteunt de patiënt, familie en chirurg in de beslissing om wel of niet te opereren.
Eveline geeft een voorbeeld: “Een meneer van 86 jaar woont in een verpleeghuis vanwege dementie. Ondanks zijn geheugenproblemen is hij lichamelijk nog goed mobiel, want hij loopt nog zelfstandig. Bij de dagelijkse verzorging heeft hij wel hulp nodig. Twee keer per week wordt hij geholpen met wassen en iedere dag met aankleden. Meneer heeft suikerziekte, waarvoor hij insuline gebruikt. Ondanks behandeling zijn er complicaties ontstaan, zoals nierfalen. Daarnaast heeft hij een hartklepafwijking. Na een val in het verpleeghuis breekt hij zijn heup en wordt hij naar het ziekenhuis gebracht. Wanneer we zijn gegevens invoeren in de RHMP-30, berekent het model een overlijdenskans van bijna 60% binnen 30 dagen na de operatie. Dat betekent niet dat meneer zal overlijden, maar het laat wel zien dat het risico aanzienlijk is.”
Keuze voor niet opereren
Als de kans op overlijden heel groot is, kunnen de patiënt, familie en de chirurg (en eventueel de geriater) samen beslissen om niet te opereren. Daarover vertelt Eveline: “Je bespaart de patiënt dan de ellende van wel opereren, mogelijke complicaties en de ziekenhuisopnames. En daarmee mogelijk een hele hectische, onrustige laatste levensfase in een ziekenhuis of revalidatiecentrum. Als je kiest om niet te opereren, richt je je op pijnstilling, waar mogelijk in de thuissituatie. De kwaliteit van leven is hierbij het speerpunt. De patiënt komt uiteindelijk vaak rustig te overlijden. De keuze van wel of niet opereren, blijft altijd een afweging van voor- en nadelen, waarbij de wens van de patiënt en kwaliteit van leven voorop staan.”
Het onderzoek heeft ertoe bijgedragen dat palliatieve, niet-operatieve behandeling goed wordt meegenomen in de besluitvorming. Goede pijnstilling, comfortzorg en het kunnen kiezen voor een waardig levenseinde, in overleg met patiënt en familie, zijn hiermee nadrukkelijker onderdeel geworden van de zorg voor deze patiëntengroep.
Duidelijkheid en kwaliteit van leven
Over hoe het model helpt in het gesprek met de patiënt, vertelt Eveline: “Toen ik op de Spoedeisende Hulp werkte, zei ik regelmatig tegen een patiënt met een heupfractuur: ‘U heeft slechte kaarten.’ Maar wat betekent dat dan? Wat is daarmee de kans dan op overlijden? Met de voorspelling kan je nu meer informatie geven aan de patiënt. Het is een heel onzekere periode als je als kwetsbare oudere je heup breekt, maar met een score kunnen we iets meer houvast en richting geven.”
Gert ziet als traumachirurg de effecten van dit samen beslissen: “In de afgelopen jaren zien we hierdoor een toenemend percentage kwetsbare oudere patiënten bij wie bewust wordt afgezien van een operatie.” En dat is niet alleen fijner voor die patiënten: “Zorg bieden die niet alleen medisch verantwoord is, maar die ook aansluit bij kwaliteit van leven van de patiënt, draagt ook bij aan de toegankelijkheid van de zorg. Minder operaties bij patiënten die daar nauwelijks baat bij hebben en dat niet meer wensen, betekent ook een bewustere inzet van operatiekamers, bedden en personeel. De onderzoekslijn heupfracturen binnen het Maasstad Ziekenhuis laat hiermee zien dat wetenschappelijk onderzoek direct kan bijdragen aan betere, mensgerichtere en doelmatigere zorg in de dagelijkse klinische praktijk.”
Over de onderzoekslijn
Gert Roukema en Louis de Jong, traumachirurg in het Franciscus, zijn de initiatoren en copromotoren van de onderzoekslijn heupfracturen die al meerdere jaren loopt. Het is een onderzoekslijn met eigen onderzoekers en promovendi, in nauwe samenwerking met academische partners. In 5 jaar tijd zijn er 4 promovendi gepromoveerd, waarvan Eveline de meest recente is.
Gert vertelt: “De onderzoekslijn is klinisch ingebed in het ziekenhuis, het heeft direct impact op de patiëntenzorg. Het is bijzonder om dit met eigen onderzoekers (promovendi) te doen, met het uiteindelijk doel om de besluitvorming, complicatiepreventie en uitkomsten bij kwetsbare heupfractuurpatiënten te verbeteren.”