Neuroloog Walid Moudrous en verpleegkundige CVA-nazorg Elke Harleman vertellen hoe zij hiermee werken, wat het oplevert en waar nog kansen liggen. Hun ervaringen vormen samen een realistisch beeld van wat thuismonitoring in de praktijk betekent.
Samen monitoren, ieder vanuit zijn rol
Walid:
“Als vasculair neuroloog zie ik hoe belangrijk goede nazorg is, zeker na een TIA of CVA. Vroeger kwamen patiënten vaak standaard terug op de poli, terwijl veel van die controles prima op afstand kunnen. Met thuismonitoring hebben we een manier om goed zicht te houden op het herstel, zonder dat mensen onnodig naar het ziekenhuis hoeven. Dat past bij hoe we zorg steeds slimmer willen organiseren.”
Elke vult aan:
“Voor mij begint het al bij de intake. Ik zie de patiënt meestal als eerste na de onderzoeken en beoordeel of iemand thuismonitoring kan en wil doen. Dat is echt maatwerk. Leeftijd zegt weinig – ik heb negentigjarigen gezien die dit zonder moeite doen. Het gaat vooral om hoe iemand zich presenteert en of die met een telefoon of tablet overweg kan.”
Wat thuismonitoring betekent voor patiënten
Elke:
“Veel mensen vinden het prettig dat ze die regie hebben over het lezen van de informatie over hun aandoening en het invullen van de vragenlijsten. Het geeft ze een gevoel van controle. En ze merken dat er iets met hun antwoorden wordt gedaan. Vaak krijgen ze een berichtje als de vragenlijst is ontvangen bij het monitoringscentrum. En als een score afwijkt of een vragenlijst niet binnen komt, wordt er contact opgenomen. Dat geeft vertrouwen.”
Walid:
“Dat herken ik. Ik hoorde een van mijn patiënten eens zeggen: ‘Ik heb het ziekenhuis in mijn broekzak.’ Dat vat het mooi samen. Het is laagdrempelig én persoonlijk, juist omdat we reageren wanneer het nodig is.”
Wanneer werkt het goed – en wanneer niet?
Elke:
“Ik hanteer altijd het uitgangspunt dat iemand het zelfstandig moet kunnen. Soms kan een mantelzorger helpen, maar de patiënt moet daar zelf achterstaan. En bij twijfel over de diagnose of als iemand cognitieve problemen heeft, melden we niet aan. Dan past een fysiek contactmoment beter.”
Walid:
“Het blijft belangrijk dat we zorgvuldig afwegen wie we op afstand volgen. Thuismonitoring is een goed alternatief voor poliklinische controle, geen vervanging ervan. Juist door goed te selecteren krijgen patiënten de vorm van zorg die het beste bij hen past.”
Hoe het ons werk verandert
Elke:
“Doordat TIA‑patiënten vaak in thuismonitoring gaan, ontstaat er in mijn agenda ruimte voor de mensen die we fysiek moeten zien. Mijn dag blijft vol, maar wél met de patiënten waarvoor dat echt nodig is. Dat werkt heel fijn.”
Walid:
“Voor de CVA‑nazorgverpleegkundigen is het een grote verlichting. Minder standaardcontroles, meer aandacht voor de mensen die dat nodig hebben. Je creëert extra capaciteit zonder extra formatie – dat is winst voor iedereen.”
Leren en verbeteren
Elke:
“We ontdekken soms ook situaties waarin verschillende thuismonitoringsprogramma’s door elkaar lopen, bijvoorbeeld bij patiënten die ook vanuit een ander specialisme worden gevolgd. Dan moeten we goed kijken wie waarvoor verantwoordelijk is. Dat vraagt afstemming, maar dat hoort bij de groei.”
Walid:
“Ik hoop dat huisartsen in de toekomst automatisch de relevante thuismonitoringgegevens ontvangen, zodat zij goed kunnen aansluiten op wat wij doen. Dat zou het proces nog sterker maken.”
Moderne zorg, samen georganiseerd
Thuismonitoring is inmiddels op meerdere plekken binnen ons ziekenhuis ingebed en groeit uit tot een vaste manier van werken. De ervaringen binnen de neurologie laten zien wat het kan betekenen: meer regie voor patiënten, meer ruimte voor zorgverleners en een efficiëntere inzet van tijd en aandacht.
Walid:
“Met dezelfde mensen kunnen we meer doen voor de patiënten die ons echt nodig hebben.”
Elke:
“En patiënten voelen dat we er zijn – ook als ze niet op de poli komen.”
Wij monitoren in samenwerking met Zorg bij jou, een Santeon‑initiatief dat landelijk wordt uitgerold en uitgroeit tot een open, zelfstandige service voor zorginstellingen in Nederland.
