Terug

Hartkatheterisatie

Een hartkatheterisatie is een cardiologisch onderzoek waarbij het hart en de kransslagaders onderzocht worden met behulp van katheters. Een hartkatheterisatie kan worden uitgevoerd bij pijn op de borst (angina pectoris), een hartklepaandoening of omdat u een hartinfarct heeft meegemaakt. Met een hartkatheterisatie kan men vernauwingen of verstoppingen in de kransslagaders van het hart opzoeken, de pompwerking van het hart meten of de werking van de hartkleppen beoordelen. Zie ook de patiëntenfolder onderaan de pagina.

Katheter

Voor onderzoek aan het hart maakt men gebruik van twee verschillende katheters.

Voor onderzoek aan het hart maakt men gebruik van twee verschillende katheters.

Artsen gebruiken de naam (buigzame) 'katheter' voor slangetjes, buisjes of draden waarmee ze het lichaam ingaan voor onderzoeken en behandelingen. Voor onderzoek aan het hart maakt men van een holle katheter of een slangetje. Deze dienen voor het volgende:

  • Om de bloeddruk in uw hart te meten; het andere uiteinde van het slangetje wordt dan aangesloten op een meetapparaat dat een heel nauwkeurige uitslag geeft.
  • Om vloeistof in uw hart te spuiten; dit gebeurt met vloeibare medicijnen en met contrastvloeistoffen voor het maken van bewegende beelden van uw hart.

Voorbereiding

Een hartkatheterisatie kan in dagbehandeling worden uitgevoerd.

Een hartkatheterisatie kan in dagbehandeling worden uitgevoerd.

Maar meestal zal de cardioloog u adviseren minimaal één nacht in het ziekenhuis te verblijven. U hoeft voor het onderzoek niet nuchter te zijn. Meestal is het nodig een paar dagen voor de katheterisatie te stoppen met het innemen van bloedverdunnende medicijnen. Uw arts zal hierover afspraken met u maken.

Het onderzoek

Het onderzoek, dat een half uur tot een uur duurt, vindt plaats in een aparte hartkatheterisatie-kamer en wordt uitgevoerd door de cardioloog, een assistent,...

Het onderzoek, dat een half uur tot een uur duurt, vindt plaats in een aparte hartkatheterisatie-kamer en wordt uitgevoerd door de cardioloog, een assistent, een verpleegkundige en een röntgenlaborant.

De hartkatheterisatie-kamer is voor dit onderzoek uitgerust met speciale apparatuur. Tijdens het onderzoek ligt u op de onderzoekstafel. U ziet een aantal monitoren waarop u het onderzoek mee kunt volgen. U wordt aangesloten op een bewakingsmonitor en u krijgt een infuusnaald in de arm. Er wordt een plaatselijke verdoving gegeven in de lies op de plaats waar het buisje ingebracht zal worden.

Om de katheter naar het hart te krijgen wordt er eerst een buisje via de lies in een bloedvat aangebracht (een slagader). Meestal gebeurt het onderzoek vanuit de rechterlies, maar het kan ook vanuit de linkerlies of uit één van uw armen worden gedaan. Door dit buisje en het bloedvat wordt de katheter in de richting van het hart geschoven. Het opschuiven en draaien van de katheters voelt u niet omdat aan de binnenkant van de bloedvaten geen gevoelszenuwen aanwezig zijn. Door middel van röntgendoorlichting wordt de katheter op zijn plaats gelegd. Om de hartkamer en de kransslagaders zichtbaar te maken, wordt er door de katheter een contrastvloeistof gespoten, en kunnen opnames gemaakt worden van de hartkamers, de kransslagaders en de hartkleppen.

Als het onderzoek uitgevoerd is, worden de katheters en het buisje uit de lies of arm gehaald. De arts of één van de assistenten zal dan tien minuten stevig op de lies of arm drukken. Deze tijd is nodig om de insteekopening in het bloedvat weer te dichten zodat er geen bloeding kan ontstaan. Na het afdrukken van het wondje, wordt er een drukverband aangelegd.

De arts kan, indien u dit wilt, de onderzoeksresultaten nog eens op video met u bekijken en bespreken. U heeft dan alvast een voorlopige uitslag. De onderzoeksresultaten worden later in een speciaal team besproken, bestaande uit uw eigen cardioloog, collega-cardiologen en een hartchirurg. De definitieve uitslag en het behandelingsvoorstel worden met u besproken als u voor controle op de polikliniek komt.

Nazorg

Na het onderzoek moet u ongeveer zes uur plat in bed blijven liggen.

Na het onderzoek moet u ongeveer zes uur plat in bed blijven liggen.

U mag het been waar het lieswondje zit niet buigen. Dit is om te voorkomen dat het gaat bloeden. Als u denkt dat het verband nat of warm wordt, moet u de verpleegkundige waarschuwen. De verpleegkundigen komen uw bloeddruk, uw pols en het prikgaatje regelmatig controleren. Na het onderzoek mag u weer eten en drinken. Vooral veel drinken is belangrijk, omdat u op deze wijze snel de contrastvloeistof uit uw lichaam kwijtraakt. Als u zich misselijk voelt is het beter voorzichtig kleine beetjes te eten en te drinken. Na de benodigde uren plat liggend in bed te hebben doorgebracht, mag u onder begeleiding van een verpleegkundige gaan lopen. De cardioloog beslist wanneer het drukverband kan worden verwijderd. Als het prikgat dicht blijft, mag u zich rustig aan weer meer gaan bewegen. Bij uw ontslag krijgt u een controleafspraak mee voor de polikliniek. De eerste twee dagen na het onderzoek is het beter geen zware inspanning te verrichten alsmede auto te rijden.

U wordt zo spoedig mogelijk geholpen

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.