Terug

Obstipatie

Obstipatie wordt in het algemeen omschreven als een ontlastingspatroon waarbij u minder dan drie keer per week ontlast. Als obstipatie langer dan drie maanden aanwezig is - ondanks behandeling - spreken we van chronische obstipatie. Als geen onderliggende aandoening de oorzaak is, spreken we van functionele obstipatie.

Algemeen

Het af en toe optreden van obstipatie komt regelmatig voor, maar bij mensen met chronische obstipatie verdwijnen de klachten niet. Dit kan belemmeringen geven...

Het af en toe optreden van obstipatie komt regelmatig voor, maar bij mensen met chronische obstipatie verdwijnen de klachten niet. Dit kan belemmeringen geven in hun dagelijks functioneren. Het behandelen van obstipatie hangt af van de onderliggende oorzaak. In sommige gevallen wordt geen oorzaak voor obstipatie gevonden.

Klachten

De meeste mensen hebben wel eens een keer harde ontlasting gehad of slaan een dag over, maar dat is geen obstipatie. We spreken van obstipatie wanneer tenminste...

De meeste mensen hebben wel eens een keer harde ontlasting gehad of slaan een dag over, maar dat is geen obstipatie. We spreken van obstipatie wanneer tenminste twee van de volgende symptomen aanwezig zijn:

  • ≤ 3 per week ontlasting;
  • hard persen tijdens ontlasting;
  • harde en/of keutelige ontlasting;
  • gevoel van incomplete ontlasting;
  • gevoel van de ontlasting er niet uit krijgen;
  • met de hand meehelpen om de ontlasting eruit te krijgen.

We spreken van chronische obstipatie als u twee of meer van bovenstaande symptomen heeft gehad in de laatste drie maanden.

Ga naar uw huisarts als u onverklaarbare veranderingen merkt aan uw ontlastingspatroon, ook al is er geen bloed bij de ontlasting.

Oorzaken

Obstipatie komt het meeste voor als de ontlasting te langzaam door de darm passeert, waardoor de ontlasting hard en droog wordt. De meest voorkomende oorzaak...

Obstipatie komt het meeste voor als de ontlasting te langzaam door de darm passeert, waardoor de ontlasting hard en droog wordt. De meest voorkomende oorzaak is te lage vezel-, vochtinname en/of weinig beweging.

Blokkade van de dikke darm en de endeldarm

Oorzaken van blokkade van de dikke darm en endeldarm waardoor de darmbeweging vertraagt of stopt:

  • Anaal fissuur (anuskloofje)
  • Afklemming van de darm
  • Darmkanker
  • Vernauwing van de dikke darm (strictuur)
  • Andere vormen van kanker in de buik die op de dikke darm drukken
  • Rectocele (het uitpuilen van de endeldarm in de vagina) en/of instulping van de darm (intussusceptie)
  • Toiletgedrag, hygiëne

Problemen met de spieren die betrokken zijn met het evacueren van ontlasting

Problemen met de bekkenbodemspieren die betrokken zijn bij het uitpersen van de ontlasting, veroorzaken obstipatie.

  • Het niet kunnen ontspannen van de bekkenbodemspieren om de ontlasting te evacueren (anismus)
  • De bekkenbodemspieren coördineren het aanspannen en ontspannen niet goed (dyssynegie)
  • Verzwakte bekkenbodemspieren

Problemen met de zenuwbanen rondom de dikke darm en endeldarm

Neurologische problemen kunnen de zenuwbanen aantasten die de spieren van de dikke darm en endeldarm doen samentrekken. De ontlasting beweegt dan minder goed door de darm.

  • Neuropathie
  • Multiple Sclerose
  • Ziekte van Parkinson
  • Dwarslaesie
  • Beroerte

Aandoeningen die de hormoonhuishouding beïnvloeden in het lichaam

Hormonen helpen bij de vochtbalans in het lichaam. Er zijn aandoeningen die de vochtbalans verstoren en dit kan leiden tot obstipatie.

  • Diabetes
  • Overactieve bijschildklieren (hyperparathyroidisme)
  • Zwangerschap
  • Onder actieve schildklier (hypothyroïdie)

Risicofactoren

Factoren die het risico op chronische obstipatie kunnen verhogen:

Factoren die het risico op chronische obstipatie kunnen verhogen:

  • oudere leeftijd;
  • vrouw zijn;
  • uitdroging;
  • weinig vezels in voeding;
  • weinig of geen lichaamsbeweging;
  • gebruik van bepaalde medicatie, bijvoorbeeld sommige pijnstilling, antidepressiva.

Complicaties

Complicaties die bij chronische obstipatie kunnen voorkomen:

Complicaties die bij chronische obstipatie kunnen voorkomen:

  • Opgezette aderen in uw anus (aambeien): persen om de ontlasting er uit te krijgen kan leiden tot het opzwellen van de aderen rond de anus.
  • Scheurtje in de anus (anale fissuur): harde ontlasting kan kleine scheurtjes in de anus veroorzaken. Dit geeft pijnklachten tijdens en/of na het ontlasten.
  • Ontlasting die er niet uit komt (fecale impactie): chronische obstipatie kan een samenpersen van ontlasting veroorzaken (impactie) wat blijft vastzitten in de darm. Dunne ontlasting komt daar langs en kan incontinentie veroorzaken.
  • Verzakking van de darm (rectale prolaps): regelmatig persen om de ontlasting eruit te krijgen kan zorgen dat een klein gedeelte van de endeldarm mee naar buiten geperst wordt.

Onderzoeken

Uw behandelend arts of verpleegkundig specialist stelt vragen over uw klachten en verricht lichamelijk onderzoek. Er bestaan een aantal onderzoeken om de oorzaak...

Uw behandelend arts of verpleegkundig specialist stelt vragen over uw klachten en verricht lichamelijk onderzoek. Er bestaan een aantal onderzoeken om de oorzaak van de obstipatie vast te stellen.

Rectaal toucher

Dit is het onderzoeken van de anus en het eerste deel van de endeldarm. U ligt op uw linkerzij met opgetrokken knieën. De arts doet onderzoek met een in een handschoen en glijmiddel ingesmeerde vinger. Tijdens het onderzoek wordt u gevraagd aan te spannen en te persen.

Vaginaal toucher

Dit onderzoek wordt alleen uitgevoerd als er verdenking is op verzakkingen.

Anale drukmeting

Hierbij wordt er een zogenaamde probe in de anus gebracht. Bij aanspannen, persen, hoesten en het uitpersen wordt de druk gemeten van de kringspieren. De probe heeft dezelfde dikte als een wijsvinger.

Onderzoek van de buik

Dit onderzoek wordt alleen gedaan op indicatie. Er wordt dan met een stethoscoop naar de darmgeluiden geluisterd en de buik wordt met de handen onderzocht.

De onderstaande onderzoeken gaan op afspraak en alleen op indicatie:

Anale manometrie

Bij dit onderzoek wordt de druk in het anale kanaal en de endeldarm gemeten met een dunne katheter. Dit gebeurt in rust, tijdens maximale aanspannen en tijdens persen.

Ballon expulsietest

Door middel van een ballon gevuld met lucht of water wordt het volume van de endeldarm gemeten en de bijbehorende druk bij eerste aandrang, drang tot ontlasten en maximaal verdraagbaar volume worden geregistreerd. Ook wordt de tijd gemeten die nodig is om de ballon eruit te drukken.

Colonpassagetijd

Meting van de snelheid waarmee de darminhoud uw dikke darm passeert. U neemt zes dagen iedere dag wat markers in. Markers kunt u zich voorstellen als kleine kraaltjes van 2 mm groot die terug te zien zijn via röntgenbeelden. De markers veranderen uw darminhoud niet en worden niet verteerd. Ze kunnen geen kwaad. Na zeven dagen wordt een buikoverzicht gemaakt. De achtergebleven markers worden geteld en de passagetijd wordt berekend.

Colonoscopie met een endoscoop

Een” slang” waarin een camera zit wordt de darm van binnen bekeken. Met deze techniek is het mogelijk om ontstekingen, stenose of tumoren vast te stellen. Tijdens dit onderzoek kunnen poliepen verwijderd worden en/ of biopten worden genomen. Lees meer over colonoscopie.

MRI defecografie

Dit onderzoek geeft informatie over de functie van het bekkenbodemgebied tijdens de ontlasting. Anatomische afwijkingen zoals enterocele, rectocele, cystocele of rectale intussusceptie kunnen worden aangetoond.

Behandelingen

De behandeling van chronische obstipatie begint meestal met adviezen over voeding en leefstijl, met als doel de snelheid van het bewegen van de ontlasting door...

De behandeling van chronische obstipatie begint meestal met adviezen over voeding en leefstijl, met als doel de snelheid van het bewegen van de ontlasting door de darm te stimuleren.

Voeding, vocht en beweging

De vastheid van de ontlasting wordt beïnvloed door eten en drinken. Bij obstipatie zijn extra vezels in de dagelijkse voeding en voldoende drinken een prima oplossing voor te harde ontlasting. Lees de folder over vezels en gezond eten. Het beste effect hebben deze adviezen als er minstens 30 minuten per dag bewogen wordt. Wandelen is één van de beste manieren om te bewegen. Voor mensen die niet of moeilijk kunnen bewegen zijn er andere mogelijkheden. Vraag hiernaar bij uw afspraak.

Oefeningen

Oefeningen worden gegeven door een verpleegkundig specialist of bekkenbodemfysiotherapeut. Doel is een beter gebruik en het versterken of ontspannen van de bekkenbodemspieren. Ook het verbeteren van de buikspieren heeft een positief effect op de stoelgang. 

Toilethouding

U krijgt uitleg over de juiste toilethouding en toiletgewoontes. Negeer de aandrang om te ontlasten niet en geef u zelf de tijd om de ontlasting zonder persen eruit te krijgen.

Medicijnen

Er zijn verschillende soorten medicijnen om de darmen op verschillende wijzen te stimuleren.

Darmspoelen

Afhankelijk van het probleem kan er via de anus gespoeld worden (retrograde spoeling) met een ballonspuit (90-750 ml water) of spoelsysteem (500ml-1.500ml water). Het voordeel is dat de darm goed gereguleerd wordt en er geen obstipatie is.
   
Een andere manier is spoelen via de toegang in het begin van de dikke darm (coecum/appendix). Dit noemen we antegrade spoelingen. Hierbij loopt het handwarme water met de richting van de darmbeweging mee en vermengt het water zich met de ontlasting. Deze toegang kan endoscopisch worden aangelegd (via colonoscopie). De scoop wordt opgevoerd tot in het einde van de dikke darm (coecum). Van binnen naar buiten wordt een verbinding gemaakt waardoor een katheter wordt ingebracht. Na enige tijd wordt het katheter vervangen door een button (plastic stopje).

Een andere methode is chirurgisch. Tijdens een kijkoperatie wordt de appendix (blinde darm) in de buikwand gehecht of een stukje dunne darm wordt gebruikt als er geen appendix meer aanwezig is. Hiervoor moet u onder narcose. Voordeel van retrograde en antegrade spoelingen is dat het darmkanaal intact blijft.

Soms kan na het spoelen nog wat vocht verloren worden gedurende de dag. Een groot aantal fabrikanten hebben een uitgebreid pakket met incontinentieverbanden. Niet alle incontinentieverbanden zijn geschikt voor ontlastingsverlies. Laat u goed voorlichten. Er zijn ook anaaltampons. Die zijn geschikt als er gedurende de dag kleine beetjes vocht of ontlasting wordt verloren. Deze anaaltampons worden in de anus ingebracht en houden het vocht of ontlasting tegen. Na maximaal acht uur moet de tampon verwijderd worden. Volg de instructies die bij de anaaltampon geleverd worden goed op.

Lees hier een artikel over darmspoelen, een interview met verpleegkundig specialist Lidy van Driel-Rooks van het Defecatie Expertise Centrum.

Operatie

Het aanleggen van een colostoma als oplossing voor obstipatie gebeurt zelden. Het aanleggen van een ileostoma wordt alleen gedaan na  uitvoerige selectie. Bij een ileostoma wordt de dunne darm door een gaatje in de buik naar buiten gebracht en vast gehecht. In feite is er een poepgaatje op de buik gemaakt. De ontlasting komt via de stoma in een opvangzakje. Dit zakje kan geleegd worden als het halfvol is.

Tips

U kunt mogelijk meer controle over uw ontlasting krijgen door:

U kunt mogelijk meer controle over uw ontlasting krijgen door:

Een voedingsdagboek bijhouden

Download het voeding en ontlasting dagboek en houd een week bij wat u eet en uw ontlastingspatroon is. U kunt dan een verband zien tussen voeding en uw ontlastingspatroon.

Voldoende vezels eten

Vezels maken de ontlasting soepel. Vezels zitten vooral in fruit, groenten en volkorenbrood. Ook havermout of tarwezemelen zijn goede vezels. Probeer tussen de 20 en 30 gram vezels per dag te eten, maar bouw het langzaam op. Te veel vezels in één keer kan opgeblazenheid en gasvorming veroorzaken. Lees de folder over vezels-gezond eten.

Veel drinken

Blijf goed drinken. Streef naar twee liter per dag. U mag maximaal zes kopjes koffie en/of thee meerekenen. Water drinken heeft altijd de voorkeur.

Minimaal 30 minuten per dag bewegen

Dit is goed voor de darmbeweging. Wandelen is een goede optie.

Gasvorming kan tot veel problemen lijden. Lees de folder (tips voor) Winderigheid om gasvorming te verminderen.

Voorbereiding op uw afspraak in het ziekenhuis

Hieronder vindt u enkele tips die u helpen goed voorbereid te zijn voor uw afspraak op de polikliniek:

Hieronder vindt u enkele tips die u helpen goed voorbereid te zijn voor uw afspraak op de polikliniek:

  • Schrijf uw klachten/symptomen op. Ook wanneer de klachten/symptomen begonnen zijn, hoe ze veranderd/ verergerd zijn gedurende de tijd.
  • Neem een lijst mee met uw medicijnen, ook de vitamines en supplementen die u inneemt.
  • Schrijf uw ziekte(voor)geschiedenis op inclusief andere aandoeningen waarvoor u behandeld wordt/bent.
  • Schrijf persoonlijke informatie op, bijvoorbeeld grote veranderingen en/of stress in uw leven. Deze factoren kunnen verbonden zijn met darmproblemen en klachten.
  • Schrijf vragen op om aan uw arts/verpleegkundig specialist te stellen. Bijvoorbeeld:
    • Welke onderzoeken heb ik nodig?
    • Welke behandelingen zijn er?
    • Zijn er voeding beperkingen die ik moet volgen?
    • Mijn voedingspatroon veranderen, kan dat helpen?

Welke vragen kunt u verwachten van uw arts/verpleegkundig specialist?

Uw arts/verpleegkundig specialist kan u de volgende vragen stellen:

•    Wanneer zijn de klachten begonnen?
•    Vermijd u activiteiten vanwege uw klachten?
•    Is er iets dat uw klachten verbetert of verslechtert?
•    Komen de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa (IBD) of darmkanker in uw familie voor?
•    Bent u ooit bestraald in het bekkenbodemgebied?
•    Hoe is uw bevalling verlopen?
•    Zijn er problemen met het plassen?

Ook kunt u vragen verwachten over mogelijke problemen bij vrijen, anale seks en of u in uw leven psychisch, lichamelijk of seksueel bent misbruikt.

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.