Terug

Slokdarmkanker

In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer 1600 mensen slokdarmkanker vastgesteld. Slokdarmkanker komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en ontstaat in de meeste gevallen bij mensen die ouder zijn dan 50 jaar.

Klachten

Slokdarmkanker geeft in een vroeg stadium over het algemeen geen klachten.

Slokdarmkanker geeft in een vroeg stadium over het algemeen geen klachten.

In een later stadium kunnen de volgende klachten opkomen:

  • Slikklachten: het gevoel dat er ongeveer ter hoogte van de keel bij het slikken een prop in de weg zit. In het begin is dit alleen met vast voedsel, in een later stadium kan ook vloeibaar voedsel problemen opleveren.
  • Passageklachten: het gevoel dat het voedsel niet wil zakken en blijft steken achter het borstbeen. Ook hierbij treden de klachten meestal eerst op bij vast voedsel, en in een later stadium ook bij vloeibaar voedsel.
  • Klachten tijdens en na het eten, zoals hoesten, het opgeven van voedsel of een hinderlijke hik.
  • Verminderde eetlust en gewichtsverlies. Vaak heeft iemand al maanden zijn voedingspatroon aangepast aan de klachten. Dit kan een van de oorzaken zijn van het gewichtsverlies.
  • Een pijnlijk, of ‘vol’ gevoel achter het borstbeen of hoog in de rug.
  • Vermoeidheid en duizeligheid ten gevolge van bloedarmoede. De bloedarmoede ontstaat door langdurig bloedverlies uit het beschadigde slijmvlies van de slokdarm. Het bloedverlies zelf hoeft u niet te merken.

Onderzoeken

Als u met één of meerdere van de hiervoor genoemde symptomen bij uw arts komt, zal deze u eerst lichamelijk onderzoeken.

Als u met één of meerdere van de hiervoor genoemde symptomen bij uw arts komt, zal deze u eerst lichamelijk onderzoeken.

De volgende onderzoeken kunnen plaatsvinden:

Hiermee is een definitieve uitspraak mogelijk over de aard van de afwijking. Als er wordt vastgesteld dat de afwijking kwaadaardig is, is verdere behandeling nodig.

Vervolgonderzoek

Na de diagnose slokdarmkanker is vaak nader onderzoek nodig. Het doel daarvan is om vast te stellen hoe de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn. Aan de hand van deze gegevens kan uw arts bepalen welke behandeling het meest geschikt is. Mogelijke vervolgonderzoeken zijn:

Behandelingen

Onderstaand vindt u de meest toegepaste behandelingen bij slokdarmkanker.

Onderstaand vindt u de meest toegepaste behandelingen bij slokdarmkanker.

In veel gevallen is een combinatie van deze behandelingen noodzakelijk.

Nazorg

Na de behandeling van slokdarmkanker is het van belang dat u onder controle blijft.

Na de behandeling van slokdarmkanker is het van belang dat u onder controle blijft.

Deze controles worden uitgevoerd door de chirurg. Afhankelijk van de klachten kan er aanvullend onderzoek aangevraagd worden.

Risicofactoren

Onderstaand vindt u de belangrijkste risicofactoren voor slokdarmkanker.

  • Roken en overmatig alcoholgebruik. Vooral de combinatie van deze twee factoren verhoogt het risico;
  • Overgewicht;
  • Beschadiging van het slokdarmslijmvlies. Een chronische ontsteking van de slokdarm, ten gevolge van terugvloed van maagzuur, kan het slijmvlies van de slokdarm beschadigen. Mogelijk veroorzaakt deze ontsteking bij sommige mensen een bepaalde verandering van het slijmvlies van de slokdarm.

 

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.