Maatregelen coronavirus (COVID-19) Meer informatie

4. Diagnose

(verdenking) Borstkanker

In een gesprek (ongeveer één week na het laatste onderzoek) met de behandelend specialist worden de uitslagen van de onderzoeken met u besproken. Afhankelijk van de uitslagen wordt het vervolgtraject samen met u bepaald.

Diagnose

  • Indien een goedaardige afwijking bij u is vastgesteld dan bespreekt uw behandelaar met u of u bij hem/haar onder controle blijft of bij uw eigen huisarts.
  • Indien de diagnose borstkanker bij u is vastgesteld dan is de verdere informatie in dit  zorgpad mogelijk belangrijk voor u.

Informatie

Het internet en verhalen van andere mensen kunnen voor veel ongerustheid zorgen. Maar slechte ervaringen bij een ander hoeven u nog niet te overkomen. Vertrouw op wat de specialist en de (oncologie)verpleegkundige van het Maasstad Ziekenhuis u hebben verteld. Betrouwbare internetsites zijn: 

Wat is kanker

Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende ziekten. Al deze verschillende soorten kanker hebben één gemeenschappelijk kenmerk: een ongeremde deling van lichaamscellen. Hierdoor ontstaat er een gezwel of tumor.

Goed- en kwaadaardig

Er zijn goedaardig en kwaadaardige gezwellen of tumoren. Alleen bij kwaadaardige gezwellen of tumoren is er sprake van kanker. Tumor is een ander woord voor gezwel. Een kwaadaardige tumor kan omliggende weefsels en organen opzij drukken, kan er groeien en uitzaaien.

Oncologie - Goedaardig gezwel.jpg

 Goedaardig gezwel. De gevormde cellen dringen geen omliggend weefsel binnen.

 Oncologie - Kwaadaardig gezwel.jpg

Kwaadaardig gezwel. De cellen dringen wel omliggend weefsel binnen.

Uitzaaiingen 

Van een kwaadaardige tumor kunnen cellen losraken. Die kankercellen kunnen via het bloed en/of lymfe op andere plaatsen in het lichaam terechtkomen en ook daar uitgroeien tot gezwellen. Dit zijn uitzaaiingen (metastasen). Indien er alleen sprake is van aantasting van de lymfeklieren in de oksel, wordt dat beschouwd als lokale- en niet als uitgezaaide ziekte.

De borsten

De borsten zijn als volgt opgebouwd:

Borstkanker

In Nederland wordt per jaar bij circa 14.000 mensen borstkanker vastgesteld, vooral bij vrouwen. In ons land heeft een vrouw een kans van één op acht om ooit in haar hele leven borstkanker te krijgen. Daarmee is het de meest voorkomende soort kanker bij vrouwen.

Vóór het dertigste jaar is borstkanker een zeldzame ziekte. Na die leeftijd neemt het aantal vrouwen dat borstkanker krijgt geleidelijk toe. Borstkanker komt het meest voor bij vrouwen van 50 tot 75 jaar.

Ondanks veel onderzoek zijn er nog steeds geen duidelijke oorzaken van borstkanker bekend. Wel weten we dat sommige vrouwen een grotere kans op borstkanker hebben dan andere vrouwen.

Groeiwijze

Borstkanker kan op alle plaatsen in de borst ontstaan. Bij 80% van de vrouwen gaat het om een zogenoemd ductaal carcinoom, wat ontstaat in de melkbuisjes van de borst (zie illustratie). Soms is er sprake van een lobulair carcinoom, wat begint in de melkklieren.

Oorzaken

Bij borstkanker is het niet zoals bij longkanker, waarbij één oorzaak (roken) 90% van de tumoren verklaart. Bij borstkanker spelen vele risicofactoren een rol. Wel is bekend dat borstkanker vooral voorkomt bij vrouwen van 50 jaar en ouder in de rijke westerse landen.

Ook is duidelijk dat de vrouwelijke geslachtshormonen, met name oestrogenen, een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van borstkanker. Verschillende factoren hebben invloed op de hormoonhuishouding, waaronder de erfelijke aanleg en allerlei leefgewoonten.

Maar er zijn ook risicofactoren die niets met de geslachtshormonen te maken hebben.

Zie voor verder informatie ook op: www.kwf.nl

Erfelijke aanleg

Circa 5 tot 10% van alle vrouwen met borstkanker heeft de ziekte gekregen door een erfelijke aanleg. Bij erfelijke aanleg wordt borstkanker vaker relatief jong, voor het 50e jaar, vastgesteld. Meestal zijn er verschillende directe bloedverwanten (moeder, zussen) in verschillende generaties die borstkanker hebben (gehad).

Ook het vóórkomen van zowel borstkanker als eierstokkanker in één familie of bij één persoon kan verband houden met erfelijkheid. Dit komt onder andere voor bij families met een ‘BRCA1-mutatie’ of ‘BRCA2-mutatie’. Deze mutaties verklaren ongeveer 2 tot 3% van de borstkankers. Bij vrouwen die een van beide mutaties dragen is het risico op borst- en eierstokkanker sterk verhoogd. De risicofactoren die bij andere vrouwen een rol spelen, lijken daarnaast ook van invloed.

Wanneer het vermoeden bestaat dat in uw familie sprake is van een erfelijke aanleg voor borstkanker, verwijst uw behandelend specialist u naar de afdeling Klinische Genetica van het Erasmus MC.

Stadiumindeling

Om te kunnen bepalen welke behandeling(en) de specialist u voorstelt, moet hij of zij weten uit welke soort kankercellen de tumor is ontstaan, hoe kwaadaardig deze zijn en wat het stadium van de ziekte is. Onder het stadium verstaat men de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De specialist stelt het stadium van de ziekte vast door onderzoek te doen naar:

  • De plaats en de grootte van de tumor.
  • De mate van doorgroei in het omringende weefsel.
  • De aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam.

De klinisch patholoog bekijkt al deze kenmerken in het weefsel wat na de operatie is verkregen. Deze stadiumindeling is belangrijk voor een inschatting van de prognose en het bepalen van de nabehandeling.

Om een helder beeld te krijgen van een tumor en van het stadium van de kanker, gebruikt de klinisch patholoog het TNM-schema. De T staat voor de grootte van de tumor, de N voor de (eventuele) mate waarin de lymfeklieren zijn aangetast. De M geeft aan of er uitzaaiingen zijn en zo ja, waar deze zich bevinden.

Zie voor de uitgebreide beschrijving van dit schema: www.borstkanker.nl

Bij borstkanker onderscheidt men vier stadia. Stadium 1 is het vroegste stadium en stadium IV is het meest gevorderd.

Stadium I Een tumor kleiner dan twee centimeter zonder uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel.
Stadium II Een tumor tussen de twee en vijf centimeter groot, met eventueel uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel, maar verder geen uitzaaiingen.
Stadium III Een tumor groter dan vijf centimeter, met eventueel uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel. De tumor valt ook onder dit stadium als hij kleiner is, maar door de huid naar buiten komt of als hij vastzit aan de borstwand. In beide gevallen is de kans groot dat er ook uitzaaiingen elders in het lichaam zijn.
Stadium IV  Een tumor met aangetoonde uitzaaiingen naar andere plekken in het lichaam.
  1. Verwijzing
  2. Polikliniek Bezoeken
  3. Onderzoek
  4. Diagnose
  5. Behandeling
  6. Nazorg