Maatregelen coronavirus (COVID-19) Meer informatie

5. Behandeling

(verdenking) Lymfeklierkanker

Lymfeklierkanker kan op verschillende manieren worden behandeld.

Onderstaand vindt u de meest toegepaste behandelingen bij Non-Hodgkin-lymfomen en Hodgkin-lymfomen.  

  • chemotherapie;
  • radiotherapie;
  • immunotherapie.

 Vaak wordt er een combinatie van deze behandelingen gegeven.

De behandeling

De behandeling van maligne lymfomen wordt vooral bepaald door type en uitgebreidheid van de ziekten. De therapie afweging wordt gemaakt door de  hematoloog die de patiënt behandeld. Iedere patiënt wordt besproken in de hematologiebespreking. Dit is een multidisciplinair team bestaande uit hematologen van het Maasstad Ziekenhuis en van het Erasmus Medisch Centrum, pathologen, radiotherapeuten, verpleegkundigen en experts. U krijgt dus altijd automatisch een tweede mening.

Hodgkin-lymfoom

  • Chemotherapie (behandeling met celdodende en celdelingremmende medicijnen)
  • Bestraling (radiotherapie)

Patiënten met het Hodgkin-lymfoom worden allemaal behandeld met chemotherapie. Na de chemotherapie volgt soms bestraling op de plaatsen waar de ziekte aanwezig is.

De artsen stellen u een bepaalde behandeling voor op grond van:

  • het stadium van het Hodgkin-lymfoom;
  • de risicofactoren;
  • uw leeftijd en conditie;
  • doel van de behandeling.

Wanneer een behandeling genezing tot doel heeft, wordt dat een curatieve behandeling genoemd. Als de ziekte niet (meer) curatief kan worden behandeld, is een palliatieve behandeling mogelijk. Zo'n behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering van de klachten. De behandeling van het Hodgkin-lymfoom is meestal gericht op genezing (curatie).

Non-Hodgkin-lymfoom

Indolente lymfomen

Een indolent Non-Hodgkin-lymfoom (soort sluimerende ziekte) wordt meestal pas ontdekt als de ziekte al in een vergevorderd stadium is. De gezwellen groeien over het algemeen vrij langzaam en geven pas op de lange duur klachten. Patiënten met een indolent Non-Hodgkin-lymfoom in stadium I of II worden meestal alleen plaatselijk bestraald.

Bij sommige patiënten is alleen de maag door een Non-Hodgkin-lymfoom aangetast. Dan is er meestal ook een infectie in de maag. Deze infectie kan worden behandeld met antibiotica en maagzuurremmende middelen. Bestraling is dan niet altijd nodig.

Maar meestal heeft een indolent Non-Hodgkin-lymfoom zich al uitgebreid tot stadium III of IV, zonder dat men hier last van had. Dan bestaat de behandeling uit chemotherapie, vaak gecombineerd met immunotherapie. Deze Non-Hodgkin-lymfomen reageren vaak goed op deze behandeling(en).

Soms kan met behandeling worden gewacht omdat deze lymfomen langzaam groeien en na een behandeling weer te zijner tijd terugkomen. Dat noemen we 'wait and see', dit wordt u uitgelegd.

Indien u wel last heeft van uw ziekte, of u krijgt er klachten van kan behandeling worden gestaakt.

Lymfomen grootcellig type (meer agressief beloop)

Patiënten met een agressief Non-Hodgkin-lymfoom worden doorgaans, ongeacht het stadium, met een combinatie van chemotherapie en immunotherapie behandeld.

Bij stadium I worden vaak drie of vier cytostaticakuren gegeven, gevolgd door bestraling van het aangedane gebied. Bij stadium II, III en IV worden meer kuren gegeven, die heel soms aangevuld worden met bestraling van de aangedane gebieden. Voor deze behandeling hoeven patiënten meestal niet te worden opgenomen.

De artsen stellen u een bepaalde behandeling voor op grond van:

  • het stadium van het Non-Hodgkin-lymfoom;
  • de groeisnelheid van het lymfoom;
  • het type cellen waaruit het lymfoom bestaat;
  • uw leeftijd en conditie;
  • uw persoonlijke wensen en omstandigheden.

Vaak is een combinatie van deze behandelingen nodig. Soms wordt een stamceltransplantatie gegeven.

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek?

Soms wordt er aan u gevraagd om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek.

Hematologen, artsen en onderzoekers proberen de behandelingen van kanker te verbeteren. Daarvoor is onderzoek nodig. Een verbeterde behandeling vernietigt meer kankercellen en/of heeft minder bijwerkingen of andere nadelige gevolgen. Daardoor stijgen de overlevingskansen (verder) of verbetert de kwaliteit van leven.

Hiervoor is onderzoek nodig naar nieuwe medicijnen en nieuwe manieren van opereren en bestralen. Ook worden op kleine schaal totaal nieuwe benaderingen in de behandeling van kanker onderzocht. Daarnaast vindt vrij veel onderzoek plaats naar combinaties van bestaande behandelmethoden die elkaars werking zouden kunnen versterken.

Termen

Naast 'onderzoek naar nieuwe behandelingen' spreekt men het in het ziekenhuis ook wel over 'medisch wetenschappelijk onderzoek', 'klinisch vergelijkend onderzoek', 'experimentele behandeling', 'studie' of het Engelse woord 'trial'. Met al deze termen bedoelt men een mogelijk nieuwe behandeling waarvan men de werking en resultaten bij patiënten nog onderzoekt.

Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek (WMO)

Een onderzoek naar een nieuwe behandeling duurt jaren. Het gebeurt op een wetenschappelijk verantwoorde manier, zeer zorgvuldig en stap voor stap. In de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) staat onder welke voorwaarden wetenschappelijk onderzoek bij mensen mag plaatsvinden.

Proefkonijn

Sommige mensen schrikken als hun specialist hen benadert met de vraag om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek. Zij krijgen het gevoel 'proefkonijn' te zijn. Daarom is het voordat u beslist, belangrijk om te weten hoe wetenschappelijk onderzoek verloopt en wat u er wel of niet van kunt verwachten. Over het onderzoek waarvoor u wordt benaderd, kunt u uw specialist om mondelinge en schriftelijke informatie vragen.

  1. Verwijzing
  2. Polikliniek Bezoeken
  3. Onderzoek
  4. Diagnose
  5. Behandeling
  6. Nazorg