Maatregelen coronavirus (COVID-19) Meer informatie

4. Diagnose

(verdenking) Lymfeklierkanker

In een gesprek (ongeveer één week na het laatste onderzoek) met de behandelend specialist worden de uitslagen van de onderzoeken met u besproken. Afhankelijk van de uitslagen wordt het vervolgtraject samen met u bepaald.

Informatie

Het internet en verhalen van andere mensen kunnen voor veel ongerustheid zorgen. Maar slechte ervaringen bij een ander hoeven u nog niet te overkomen. Vertrouw op wat de specialist en de (oncologie)verpleegkundige van het Maasstad Ziekenhuis u hebben verteld. Betrouwbare internetsite zijn:

Ziektebeeld Maligne lymfomen

De ziekte van Hodgkin

De ziekte van Hodgkin (Hodgkin-lymfoom) is een vorm van kanker die uitgaat van het lymfestelsel. De ziekte ontstaat door ontregelde celgroei van lymfekliercellen, de lymfocyten, die een onderdeel vormen van het immuunsysteem. De ziekte van Hodgkin kan behalve in lymfeklieren ook voorkomen in andere organen, zoals beenmerg, lever en milt. De ziekte komt vrij weinig voor. Per jaar wordt het in Nederland bij ongeveer 350 mensen vastgesteld. Het komt relatief vaak voor bij mensen tussen de 20 en 35 jaar en boven de 50 jaar. En bij mannen komt het iets vaker voor dan bij vrouwen.

De ziekte van Non-Hodgkin

Naast de ziekte van Hodgkin bestaat een andere vorm van lymfklierkanker, het Non-Hodgkin-lymfoom. Non-Hodgkin-lymfoom is eveneens een vorm van kanker die uitgaat van het lymfestelsel. Het ontstaat door een ontregelde groei van lymfkliercellen (lymfocyten), die een onderdeel vormen van het immuunsysteem. Non-Hodgkin-lymfoom kan behalve in lymfeklieren ook voorkomen in andere organen, zoals beenmerg, lever en milt. Er bestaan diverse soorten Non-Hodgkin-lymfoom, die verschillende behandelmethoden nodig hebben. In ons land wordt elk jaar bij ongeveer 2400 mensen Non-Hodgkin-lymfoom vastgesteld. De ziekte komt vooral voor bij mensen die ouder zijn dan 45 jaar. En naar verhouding komt de ziekte iets meer voor bij mannen dan bij vrouwen.

Alle soorten lymfeklierkanker samen, dus zowel het Hodgkin-lymfoom als de Non-Hodgkin-lymfomen, worden maligne lymfomen (maligne = kwaadaardig) genoemd. Ongeveer 85% van de maligne lymfomen zijn Non-Hodgkin-lymfomen.

Lymfeklierkanker

Groeiwijze

Non-Hodgkin-lymfomen worden ingedeeld in twee groepen. De twee groepen verschillen in mate van kwaadaardigheid, door een verschil in groeisnelheid.

  • De eerste groep zijn de indolente Non-Hodgkin-lymfomen. Deze lymfomen bestaan uit cellen die langzaam groeien.
  • De tweede groep zijn de agressieve Non-Hodgkin-lymfomen, met een hoge groeisnelheid.

Een indolent Non-Hodgkin-lymfoom kan soms overgaan in een agressief Non-Hodgkin-lymfoom.

Stadiumindeling

Om te kunnen bepalen welke behandeling(en) u dient te krijgen, moet uw specialist weten uit welke soort kankercellen de tumor is ontstaan, hoe kwaadaardig deze zijn en wat het stadium van de ziekte is. Onder het stadium verstaat men de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid.

De stadiumindeling is belangrijk voor de inschatting van de prognose en het bepalen van de behandeling. De specialist stelt het stadium van de ziekte vast door onderzoek te doen naar:

  • De plaats en de grootte van de tumor
  • De mate van doorgroei in het omringende weefsel.

Deze stadiumindeling is belangrijk voor een inschatting van de prognose en het bepalen van de  nabehandeling.

Bij Non-Hodgkin-lymfomen onderscheidt men vier stadia:

Stadium

Omschrijving

I

Aantasting van één lymfekliergebied of tot één orgaan.

II

Aantasting van twee of meer lymfekliergebieden aan één kant van het middenrif, of beperkte aantasting van een orgaan samen met één of meer kliergebieden aan dezelfde kant van het middenrif.

III

Aantasting van lymfekliergebieden aan beide kanten van het middenrif, waarbij ook de milt aangetast kan zijn of een ander orgaan.

IV

Met uitzaaiingen naar andere organen die geen lymfeklieren bevatten. Denk hierbij aan longen, lever en beenmerg.

 Elk stadium wordt weer onderverdeeld in:

  • A: zonder systematische B-symptomen (nachtzweten, gewichtsvermindering, koorts); en
  • B: met ten minste één va de drie B-symptomen.
  1. Verwijzing
  2. Polikliniek Bezoeken
  3. Onderzoek
  4. Diagnose
  5. Behandeling
  6. Nazorg