Terug

Ulnaropathie

In de arm lopen drie belangrijke zenuwen. Een van deze zenuwen is de nervus ulnaris of 'schoolbankjeszenuw'. U kunt deze zenuw zelf voelen in het 'tinteldoosje' ter plaatse van de elleboog. Deze zenuw zorgt voor het gevoel in de pinkmuis en de vierde en vijfde vinger en voor de verzorging van spieren in de hand. Omdat de zenuw ter plaatse van de elleboog in een nauwe ruimte loopt en erg oppervlakkig ligt, kan er gemakkelijk een beschadiging ontstaan.

Oorzaken

De exacte oorzaak van ulnaropathie is niet bekend.

De exacte oorzaak van ulnaropathie is niet bekend.

Mogelijk dat de klachten samenhangen met het vaak buigen van de elleboog (met name ’s nachts) en het vaak leunen op de elleboog.

Klachten

Ulnaropathie kan gepaard gaan met de volgende klachten.

Ulnaropathie kan gepaard gaan met de volgende klachten.

  • Minder kracht in het spreiden van de vingers
  • Een doof of tintelend gevoel in de vierde en vijfde vinger

Onderzoek

Om ulnaropathie vast te stellen, is eerst onderzoek nodig.

Om ulnaropathie vast te stellen, is eerst onderzoek nodig.

Na verwijzing van de huisarts of specialist, vinden er een onderzoek plaats via de polikliniek neurologie.

Door middel van een zenuwgeleidingsonderzoek wordt de juiste plaats bepaald waar de zenuw is aangetast (EMG).

Behandeling

Eerst zal gekeken worden of de klachten afnemen door niet meer te steunen op de elleboog. Vaak herstelt de zenuw dan in de loop van weken tot maanden weer vanzelf....

Eerst zal gekeken worden of de klachten afnemen door niet meer te steunen op de elleboog. Vaak herstelt de zenuw dan in de loop van weken tot maanden weer vanzelf. Mocht dit niet het geval zijn, dan kan worden overgegaan tot een operatieve ingreep.

Operatie

Een ulnaropathie kan op twee manieren operatief worden behandeld:

  • Neurolyse. Hierbij wordt de zenuw ontdaan van het hem omklemmend bindweefsel.
  • Ulnaristranspositie. Hierbij wordt de zenuw naar de buigzijde van de ellboog overgebracht, waardoor de zenuw minder bloot komt te staan onder druk.

 Uw behandeld arts zal u informeren welke manier voor u de juiste is.

Complicaties

Bij iedere ingreep kunnen zich complicaties voordoen. Het is belangrijk dat u hiervan op de hoogte bent.

  • Soms treedt er een wondinfectie op. Meestal geneest de wond alsnog vanzelf, al is het dan wat langzamer dan normaal. Een enkele keer worden er medicijnen gegeven om de infectie te bestrijden.
  • Voor de operatie bestaan meestal al in meer of mindere mate krachtverlies en/of gevoelsstoornissen van de vingers. Een enkele keer verergert dit door de operatie. Meestal is dit tijdelijk, soms blijvend.
  • Soms ontstaat er een “doof huidplekje” in de buurt van het litteken.

 Wilt u meer weten?

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.