Terug

Immunotherapie bij lymfeklierkanker

Immunotherapie is een vast onderdeel geworden van de behandeling van Non-Hodgkin-lymfoom. Deze behandeling wordt gegeven in de vorm van monoklonale antilichamen. Monoklonale antilichamen zijn eiwitten (afweer- of antistoffen) die in het laboratorium worden ontwikkeld. Zij worden zo gemaakt dat ze specifieke eiwitten op de kankercellen kunnen herkennen en eraan binden. Hierdoor kunnen de eigen afweercellen de kankercellen vervolgens vernietigen.

Algemeen

Niet alle soorten kanker worden behandeld met doelgerichte therapie. Om in aanmerking te komen voor doelgerichte therapie moet de tumor bepaalde kenmerken hebben....

Niet alle soorten kanker worden behandeld met doelgerichte therapie. Om in aanmerking te komen voor doelgerichte therapie moet de tumor bepaalde kenmerken hebben. Of u in aanmerking komt voor doelgerichte therapie kunt u bespreken met uw specialist.

Doelgerichte therapie is een behandeling met medicijnen die de celdeling van kankercellen remmen of kankercellen doden. Doelgerichte therapie brengt minder schade toe aan gezonde cellen dan bijvoorbeeld chemotherapie. Doelgerichte therapie wordt ook wel targeted therapy genoemd.

Werking doelgerichte therapie

De werking van doelgerichte medicijnen is verschillend en is afhankelijk van het doel dat het medicijn wil bereiken. Doelgerichte medicijnen kunnen werken aan de buitenkant of aan de binnenkant van een cel.

Doelgerichte therapie is er op gericht om:

  • Kankercellen te stimuleren zichzelf te vernietigen

Als gezonde cellen ernstig beschadigd zijn, vernietigen zij zichzelf. Dat heet: geprogrammeerde celdood. Kankercellen moeten dit eigenlijk ook doen, maar het mechanisme dat zorgt voor geprogrammeerde celdood is uitgeschakeld. Daardoor blijven de kankercellen zich delen en doorgroeien.

  • Kankercellen te  vernietigen

Ons afweersysteem - ook wel immuunsysteem genoemd - kan onderscheid maken tussen lichaamseigen cellen en lichaamsvreemde cellen. Ons afweersysteem is ook in staat om onderscheid te maken tussen lichaamseigen cellen en lichaamseigen cellen die veranderd zijn, zoals kankercellen. Dit vermogen om kankercellen te herkennen kan door allerlei factoren verloren zijn gegaan. Er zijn stoffen die zich kunnen binden aan receptoren (ontvangers) op de buitenkant van kankercellen. Zo worden de kankercellen herkenbaar voor ons afweersysteem. Ons afweersysteem kan dan de kankercellen aanvallen en doden.

  • De bloedvat-aanmaak van kankercellen te remmen

Net als gezonde cellen hebben kankercellen zuurstof en voedingsstoffen nodig. Deze worden door het bloed naar de cellen gebracht. Als kankercellen te weinig zuurstof of voedingsstoffen krijgen, gaan ze groeifactoren aanmaken. Groeifactoren zorgen ervoor dat bloedvaten in de buurt van de tumor nieuwe bloedvaten gaan maken in de richting van de tumor. Zo wordt de tumor beter voorzien van zuurstof en voedingsstoffen. De vorming van bloedvaten heet: angiogenese.

  • De groei van kankercellen te remmen

Op sommige kankercellen zitten receptoren (ontvangers) voor groeifactoren. Zij bevorderen de groei  van kankercellen. Er zijn medicijnen die ervoor zorgen dat groeifactoren zich niet aan de receptoren kunnen binden. Of ze zorgen ervoor dat het signaal om te groeien wordt geblokkeerd. Hierdoor wordt de groei van kankercellen geremd.

Immunotherapie bij B-cel Non-Hodgin-lymfoom

Heeft u een B-cel Non-Hodgkin-lymfoom, dan krijgt u immunotherapie met Rituximab.

Heeft u een B-cel Non-Hodgkin-lymfoom, dan krijgt u immunotherapie met Rituximab.

Dit middel bevat antilichamen die specifiek gericht zijn tegen het CD20 eiwit op de kwaadaardige B-cellen. Meestal krijgt u dit medicijn in combinatie met chemotherapie of prednison.

U krijgt het medicijn via een infuus of een injectie onder de huid. U hoeft hiervoor niet in het ziekenhuis te worden opgenomen.

Immunotherapie bij T-cel Non-Hodgkin-lymfoom

Heeft u een T-cel Non-Hodgkin-lymfoom? En is de ziekte na behandeling teruggekomen?

Heeft u een T-cel Non-Hodgkin-lymfoom? En is de ziekte na behandeling teruggekomen?

Dan kunt u mogelijk in onderzoeksverband immunotherapie krijgen.   

Bijwerkingen van immunotherapie

Bijwerkingen komen voor tijdens het eerste infuus of net na de eerste behandeling.

Bijwerkingen komen voor tijdens het eerste infuus of net na de eerste behandeling.

U kunt jeuk, huiduitslag, een loopneus, koorts en koude rillingen krijgen. Soms daalt uw bloeddruk of krijgt u last van kortademigheid. Uw hematoloog kan dit behandelen en deels voorkomen door u extra medicatie te geven. Door de behandeling kan een tijdelijk tekort aan normale B-cellen ontstaan. Hierdoor heeft u een verhoogd risico op infecties. Vooral infecties van de neusbijholtes en de luchtwegen, zoals een ernstige longontsteking. Of ernstige infecties van de huid. Daarom kan de arts u preventief antibiotica geven. U kunt ook medicijnen krijgen die u tegen schimmel- en virusinfecties beschermen.

Maasstad Ziekenhuis gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.